Foto’s: Willemijn Hissink © 2026 (resterend pijpwerk dat na de oorlog is teruggevonden)
Foto’s van het front gezocht:
Foto’s van dit orgel kunt u sturen naar info@orgelsite.nl
Op 28 maart 1828 tekende E. van Gelder & Zn. het contract voor de bouw van een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Grote Kerk te Doesburg (Gelderland). Het oude orgel was volgens de kerkvoogdij geheel versleten. Van Gelder bouwde een instrument met 20 stemmen, twee manualen en aangehangen pedaal. Het werd gekeurd door de organist De Vries uit Nijmegen en niet goed bevonden. Toch bleef het zonder wijzigingen in gebruik en werd het op 22 mei 1829 officieel in gebruik genomen. Het oude orgel is pas in 1840 verkocht, aan de Lutherse Kerk te Doesburg waar het later is vervangen door een Naber-orgel.
In 1854 heeft Lorenz Schwartze het orgel gerestaureerd, en vergrootte het instrument met een vrij pedaal met vijf stemmen. In 1876/1877 is het weer gerepareerd door Leichel. De firma Maarschalkerweerd & Zoon vernieuwde de windvoorziening in 1905, en renoveerde het pedaal en intoneerde het pijpwerk opnieuw. Zij hebben ook een Salicionaal aan de dispositie toegevoegd. Door de firma De Koff werd in 1926 een reparatie uitgevoerd. De Trompet is door deze firma vernieuwd.
Vlak voor de Tweede Wereldoorlog heeft Van den Brink uit Renkum het orgel gerestaureerd. Op 15 april 1945 werd het instrument verwoest, toen de kerktoren werd opgeblazen. Een paar pijpen zijn in de puinhopen teruggevonden en liggen nu in een vitrine in de kerk.
Dispositie:
HOOFDWERK: Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Roerquint 3′ (bas), Superoctaaf 2′, Sesquialter II sterk (discant), Cornet IV sterk (discant), Mixtuur IV sterk, Trompet 8′.
RUGWERK: Prestant 8′, Holpijp 8′, Fiool de Gambe 8′ (discant), Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Octaaf 2′, Flageolet 2′, Dulciaan 8′, Vox Humana 8′.
PEDAAL: Subbas 16′, Violonbas 16′, Octaafbas 8′, Bazuin 16′, Trompet 8′.

