Doesburg, Gasthuiskerk, Hoofdorgel

Klik op link 1 en link 2 naar Reliwiki voor foto’s van het orgel

  • De Lutherse Gemeente in Doesburg kocht in 1840 het oude orgel van de Grote Kerk, dat al in 1828 buiten werking was gesteld. Het instrument was niet van al te beste kwaliteit. Al vijf jaar later bouwde Carl Friedrich August Naber dan ook een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 9 stemmen, 1 manuaal en een aangehangen pedaal voor de Gasthuiskerk. Op 25 juli begon hij met de bouw, en op 21 december 1845 is het orgel al in gebruik genomen. In 1912 verving men bij een restauratie door Maarschalkerweerd de Cornet door een Viola di Gamba 8′ en de Dulciaan door een Trompet. De firma Blank heeft het instrument in 1970 en 1971 gerestaureerd, waarbij de oude dispositie is gereconstrueerd. Klaas Bolt was Adviseur tijdens de werkzaamheden. Opvallend is de spelling van de gereconstrueerde registers: Dulziaan en Qornet.
  • In 2014-2015 is het orgel gerestaureerd door de firma Elbertse.
  • De toonhoogte is a’ = 440 Hz. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de winddruk is 65 mm waterkolom.

Dispositie:

Dispositie
Manuaal: C – f3 (54 toetsen) Prestant 8′, Holpijp 8′, Fluitraver 8′, Octaaf 4′, Fluit d’Amour 4′, Quintfluit 3′, Woudfluit 2′, Cornet III sterk (discant) – 1971, Dulziaan 8′ (B/D) – 1971.
Pedaal: C – f° (19 toetsen) Aangehangen.
Speelhulpen: Windlossing.

Vulstem Samenstelling
Cornet III sterk c’: 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′.