Voor de oude Sint Michielskerk in Keerbergen (Vlaams-Brabant) België, heeft Pieter Van Peteghem in 1772 samen met zijn zoon Lambert-Benoît een nieuw mechanisch sleeplade-orgel met twaalf stemmen en 1 manuaal gebouwd. Het werd geplaatst in de balustrade van het doksaal. Het instrument is in 1888 gerestaureerd door Henri Vermeersch, maar werd daarbij ook gewijzigd. Omstreeks 1920 voerde Joseph Joris een verbouwing uit, waarbij het orgel is omgebouwd tot een tweeklaviers orgel..
In 1970 werd een geheel nieuw kerkgebouw in gebruik genomen, waarna de oude kerk op de toren na in 1971 is gesloopt. In de nieuwe kerk werd een nieuw orgel geplaatst. Het oude werd gedemonteerd en samen met het overige historische meubilair opgeslagen in het museum ‘De Botermolen’ in Keerbergen. Het orgel werd hier niet spelend opgebouwd.
In 1991 voerde Jean-Pierre Draps een restauratie uit van de orgelkas, de klaviatuur en de mechanieken. Het orgel werd daarna geplaatst in de nieuwe kerk, staande op de kerkvloer. In 1996 is het pijpwerk gerestaureerd door Ghislain Potvlieghe. Adviseur bij de herbouw was Jozef Braekmans.
Dispositie:
MANUAAL (CD – d3) 50 TOETSEN: Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Nazaert 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs, Fourniture 2 rangs, Cimbale 2 rangs, Trompet 8′ (B/D), Vox Humaine 8′ (B/D), Clairon 4′ (bas).
OVERIGE REGISTERS: Rossignol.
SPEELHULPEN: Tremblant, Ventil.