Naarden, Grote- of Sint Vituskerk, Oude orgel

Tekening: Gerard Arentzen

Rond 1520 is het eerste orgel gebouwd in de grote kerk van Naarden. De bouwer is niet bekend, maar zeer waarschijnlijk is het Peter Gerritsz uit Utrecht, of mogelijk Cornelis Gerritsz. In de zestiende eeuw hebben verschillende Utrechtse meesters aan het orgel gewerkt. In de zeventiende eeuw is het instrument omgebouwd door Johannes Slegel en later door Johannes Duyschot. Deze verbouwde in 1699 de blokwerklade tot een sleeplade. Het orgel wordt daarna door de plaatselijke organisten onderhouden. In 1809 reoareerde Abraham Meere het instrument. Rond 1860 was de kwaliteit van het orgel zo slecht geworden, dat besloten werd om het instrument te vervangen door een nieuw orgel.. Het is in 1862 afgebroken door de timmerman H. Wiesman: het hout werd grotendeels in de Naarder kachels opgestookt. C.G.F. Witte bouwde een nieuw instrument, dat nog altijd in de kerk aanwezig is. Van het oude is slechts een tekening bewaard gebleven, in 1862 gemaakt door Gerard Arentzen, schoolhoofd te Naarden. In het Rijksmuseum in Amsterdam worden nog enkele panelen en bazuinende engelen van het oude orgel bewaard. De bel uit het uurwerk hangt tegenwoordig in de consistoriekamer. De vermelde dispositie is volgens Hess uit 1774.

Dispositie:

Hoofdwerk: CD – c3 Praestant 16′, Praestant 8′, Octave 4′, Quinte 3′, Mixture VI sterk, Trompet 8′.
Bovenwerk: CD – c3 Roerfluit 8′, Holpijpje 8′, Octave 4′, Flute 4′, Nachthoorn 2′, Sesquialtra (discant), Hautbois 8′.
Rugwerk: B – c3 Praestant 8′, Octave 4′, Nachthoorn 2′, Scharp IV sterk, Dulciane 8′.
Pedaal: Aangehangen.