Rotterdam-Delfshaven, Oude of Pelgrimvaderskerk, Hoofdorgel

Foto’s: Koen van Andel

De dispositie van het Witte-orgel: (1855)

Hoofdwerk:
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 5 st.
Cornet 5 st.
Fagot 16
Trompet 8

Bovenwerk:
Prestant 8
Holfluit 8
Gamba 8
Salicet 4
Roerfluit 4
Gemshoorn 2
Dulciaan 8

Pedaal:
Subbas 16
Octaafbas 8
Octaaf 4
Bazuin 16
Trombone 8

Koppelingen: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk – 1957.
Speelhulpen: Tremulant, Ventiel, Calcant.

Vulstem Samenstelling
Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Mixtuur III-V sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fis’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.