Foto’s: Koen van Andel
De dispositie van het Witte-orgel: (1855)
Nadat in 1852 het contract met Witte was gesloten, heeft het tot 29 juli 1855 geduurd voor het nieuwe mechanische sleepladen-orgel in gebruik kon worden genomen met een bespeling door dhr. A.P.G. de Waal, organist van de kerk. Het oude instrument van Jacobus Robbers werd in september en oktober 1854 uit de kerk verwijderd. Aan het Witte-orgel met 23 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal is in de loop van de tijd niet veel gewijzigd.
Johan Frederik Witte heeft in 1884 de frontpijpen vervangen door nieuwe, omdat de oude waren aangetast door roest. In 1893 werd het onderhoud in handen gegeven van J. van Gelder uit Leiden, omdat Witte te duur wordt gevonden. Men was echter al snel niet tevreden over het werk van Van Gelder. In 1908 en 1911 heeft J. van der Kley het gehele werk hersteld. In 1920 is een elektrische windmotor geplaatst. J. de Koff heeft in 1929 het onderhoud in de portefeuille gekregen. Hij plaatste in 1937 een nieuw pedaalklavier (tot f’) en een pedaalkoppel naar het bovenwerk. Voor die tijd was de pedaalomvang C-c1. Het orgel had veel te lijden door de verwarming. Nieuwe restauratiewerkzaamheden waren nodig in 1940, waarbij De Koff ook een tremulant heeft geplaatst. Een laatste wijziging heeft plaatsgevonden in 1957, toen de originele windvoorziening moest worden vervangen wegens de restauratie van de voorgevel van het kerkgebouw.
Sicco Steendam restaureerde in 1999/2000 het orgel. Bij de restauratie werd de windvoorziening gereconstrueerd, de intonatie verbeterd, een nieuw pedaalklavier in Witte-stijl gemaakt en een Tremulant aan het Bovenwerk toegevoegd. Het instrument werd op 16 juni 2000 weer in gebruik genomen.
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bourdon 16′, Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Mixtuur III-V sterk, Cornet V sterk (discant), Fagot 16′, Trompet 8′.
BOVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′, Holfluit 8′, Gamba 8′, Roerfluit 4′, Salicet 4′, Gemshoorn 2′, Dulciaan 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbas 16′, Octaafbas 8′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trompet 8′.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk – 1957.
SPEELHULPEN: Tremulant, Ventiel, Calcant.
| Vulstem: | Samenstelling: |
| Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) | c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. |
| Mixtuur III-V sterk (Hoofdwerk) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. Fìs°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fìs°: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. fis’: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. fis”: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. |




