Foto: Momimariani1962, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
Catarinozzi bouwde in 1619 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 1 manuaal en pedaal voor de Basilica di Santa Maria del Colle in Pescocostanzo (L’Aquila) Abruzzo, Italië. Vincenzo Petrucci breidde het instrument in 1859 uit naar 16 stemmen. Inzoli legde in 1968 nieuwe elektrische tractuur aan, plaatste een nieuwe vrijstaande speeltafel en breidde het uit tot 17 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal. De oude onderdelen werden gerestaureerd. In 2004 is het orgel door een onbekende orgelmaker gerestaureerd. Het pedaalklavier is radiaal concaaf.
Dispositie:
I – Grand’Organo: C – c4 (61 toetsen)
Principale 16′
Principale 8′
Flauto 8′
Ottava 4′
Decimaquinta 2′
Ripieno 5 file
Voce umana 8′
II – Espressivo: C – c4 (61 toetsen)
Principalino 8′
Bordone 8′
Flauto 4′
Nazardo 2.2/3′
Viola da gamba 8′
Voce celeste 2 file
Coro viole combinato
Tremolo
Pedale: C – g1 (32 toetsen)
Contrabbasso 16′
Basso 8′
Ottava 4′
