Rotterdam, Andreaskerk

In de Lutherse Andreaskerk in Rotterdam
(te zien vanaf de snelweg, en liggend aan de
Heer Vrankestraat) is op zaterdag 8 december
2001 het nieuwe orgel in gebruik genomen.

Na de opening door ds. Van Wijngaarden werd door dhr. G.J.K. Reil het orgel overgedragen.
Daarna volgde samenzang, en een korte demonstratie van de klankmogelijkheden van het orgel.

Vervolgens een concertgedeelte, waarin Jeroen Roffel, één van de twee vaste organisten van deze kerk, het Concerto in G, BWV 592 van J.S. Bach
speelde.

Toen was het de beurt aan Jan Jongepier, die eerst het koraalvoorspel Nun komm, der Heiden Heiland van J.S. Bach speelde (BWV 659). Tenslotte nog een improvisatie over O kom, o kom Immanuël.
Tot slot nog een afsluitend woord van dhr. M. van Wijngaarden, en nog een lied dat door de andere organist van deze kerk, dhr. Jan Blankers was gedicht. (op de melodie van LbK 402)

Vers 1 en 3 gaan aldus:

Verheugt u, christenen te saam,
Laat ons van vreugde springen.
Want hier geschieden zeer bekwaam
Verrassend nieuwe dingen.
Wij doen het oude pijpwerk weg 
En nodigen uit heg en steg
Een ieder om te zingen.

’t Bestek mat men met wijsheid uit
Voor ’t breken en het bouwen.
De cirkelzaag met schril geluid
Beproefde ons vertrouwen.
Men takelde de orgelkas,
Toen riep de pastor in zijn sas:
“O, komt dit werk aanschouwen”.

(De cirkelzaag werd gebruikt, nu eens niet voor het geloof 🙂 maar voor het weghalen van een in de weg staande luifel)

Na de plechtige ingebruikneming, konden de gasten napraten over het orgel, onder het genot van een hapje en een drankje. Ook werden aan deze en gene nog een paar pijpen van het oude orgel verkocht. (Te zien is aan de opsnede van de houten pijp, dat de opsnede rond is.)
Tevens maakten sommigen van de gelegenheid gebruik om de toetsen even te beroeren en te horen hoe het nieuwe orgel klinkt. Er was gelukkig veel belangstelling voor de ingebruikname van het orgel. De kerk had echt niet kleiner moeten zijn!!

Oorspronkelijk heeft het orgel in de Geref. Noorderkerk te Sneek gestaan. Bij oplevering door
K.B. Blank in 1967 had het instrument 14 stemmen, met ruimte voor nog eens 6 stemmen. In 1988 heeft Reil er nog twee stemmen bijgeplaatst, en bij de verhuizing naar Rotterdam heeft Reil er nog eens vier registers bijgezet.

De huidige dispositie van het Blank/Reil-orgel: 1964

Hoofdwerk: C – g3
Prestant 8′
Viola 8′
Roerfluit 8′
Octaaf 4′
Speelfluit 4′
Octaaf 2′
Mixtuur 4-5 sterk
Trompet 8′ B/D
Tremulant

Rugwerk: C – g3
Holpijp 8′
Prestant 4′
Fluit 4′
Nasard 2 2/3′
Woudfluit 2′
Sexquialter 2 st. D
Scherp 3 4 st. *
Dulciaan 8′ *
Tremulant

Pedaal: C – f1
Subbas 16′
Prestant 8′
Fagot 16′ *
Cornet 4′ (tongwerk) *

Koppelingen: 
Hoofdwerk – Rugwerk
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Rugwerk

*: nieuw pijpwerk 2001