Sankt Ottilien (Oberbayern), Erzabtei Sankt Ottilien, Herz-Jesu-Kirche, Kleine Orgel

Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026

Voor Nederlands: Zie onder Duitse tekst

Deutsch:

Ein sehr großzügiger Einzelspender ermöglichte 1994 die Anschaffung von zwei neuen Orgeln in der Herz-Jesu-Kirche der Benediktiner-Erzabtei in Sankt Ottilien, einem Ortsteil von Eresing (bei München). Sie wurden von Orgelbau Hubert Sandtner (D-Dillingen) gebaut. Die Hauptorgel steht wie üblich auf einer Empore über dem Haupteingang der Kirche, während die Chororgel im Querschiff – quasi im seitlichen Vierungsbereich – auf einer schmalen umlaufenden Empore ihren Platz hat. Da das Gestühl der Mönche in den beiden Querarmen der Kirche einander gegenüber liegend untergebracht sind, ist die Chororgel jederzeit sehr nah am Geschehen. Was die reine Häufigkeit angeht, ist sie mit Blick auf die Tageszeitenliturgie die eigentliche Hauptorgel der Kirche; die „andere“ ist die „Große Orgel“, die sonntags, zu festlichen Anlässen und in Konzerten genutzt wird.

Die Chororgel ist mit II / 17 P auf ihre einzige Aufgabe abgestimmt: Die Unterstützung des Gesangs der Mönche bei deren täglichen Chorgebeten. Sie hat Schleifladen mit elektrischer Spiel- und Registertraktur. Die Aufstellung auf der umlaufenden Empore ist interessant: Das Hauptwerks- und Pedalgehäuse schaut mit seinen Pfeifen ins Langschiff – ihm im gleichen Querarm gegenüber steht sehr unauffällig ein zweites ähnliches Gehäuse mit dem Schwellwerk. Dazwischen, am Ende des Querarms, ist ein kleines Chorpodest und der – ganz im mönchischen Sinne auf das Nötigste beschränkte – in Optik und Ausstattung schnörkellose Spieltisch der Chororgel. Von ihr aus kann man an liturgisch herausgehobenen Stellen des Gottesdienstes oder für ein festliches Vor- oder Nachspiel mit Drucktasten unter dem I. Manual die Große Orgel einschalten und vier feste Kombinationen abrufen (Zungen / Flöten / Pleno / Tutti).

Nederlands:

In 1994 maakte een zeer genereuze particuliere schenker de aanschaf van twee nieuwe orgels mogelijk voor de Heilig Hartkerk van de Benedictijnse aartsabdij in Sankt Ottilien, een wijk van Eresing (bij München). Ze werden gebouwd door orgelbouw Hubert Sandtner (Dillingen, Duitsland). Zoals gebruikelijk staat het hoofdorgel op een galerij boven de hoofdingang van de kerk, terwijl het koororgel zich in het transept bevindt – aan de zijkant van de kruising – op een smalle, omringende galerij. Omdat de banken van de monniken tegenover elkaar staan ​​in de twee transepten, bevindt het koororgel zich altijd zeer dicht bij de handeling. Qua gebruiksfrequentie is dit Orgel het hoofdorgel voor het getijdengebed; het andere is het “grote orgel”, dat wordt gebruikt op zondagen, bij feestelijke gelegenheden en tijdens concerten.

Het koororgel, met zijn II / 17 P, is ontworpen voor één enkel doel: het ondersteunen van de zang van de monniken tijdens hun dagelijkse koorgebeden. Het heeft sleepladen met elektrische toets- en registertractuur. De plaatsing op de omringende galerij is interessant: de kast met de pijpen van het hoofdwerk en pedaal is gericht naar het schip, terwijl ertegenover, in hetzelfde transept, een zeer discreet verglijkbare tweede orgelkast staat met het zwelwerk. Daartussen, aan het einde van het transept, bevindt zich een klein koorplatform en de speeltafel van het koororgel – geheel in overeenstemming met de kloostertraditie, gereduceerd tot de absolute essentie – die zowel visueel als functioneel onversierd is. Vanaf hier kan het grote orgel op liturgisch belangrijke momenten in de dienst of voor een feestelijk voor- of naspel worden geactiveerd met behulp van drukknoppen onder het eerste manual, waardoor toegang wordt verkregen tot vier vaste combinaties (tongregisters / fluiten / pleno / tutti).

Dispositie:

I. HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Principal 8′, Copel 8′, Octave 4′, Flageolet 2′, Mixtur 3 fach (2′).
II. SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Voix Celeste 8′, Spitzflöte 4′, Doublette 2′, Terz 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Hautbois 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbaß 16′, Octavbaß 8′, Gedecktbaß 8′, Choralbaß 4′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk.
SPEELHULPEN: Haupt Orgel Tutti, Haupt Orgel Pleno, Haupt Orgel Flöten, Haupt Orgel Zungen.