Sankt Ottilien (Oberbayern), Erzabtei Sankt Ottilien, Herz-Jesu-Kirche, Hoofdorgel

Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2020

Voor Nederlands: Zie onder Duitse tekst

Deutsch:

Ein sehr großzügiger Einzelspender ermöglichte 1994 die Anschaffung von zwei neuen Orgeln in der Herz-Jesu-Kirche der Benediktiner-Erzabtei in Sankt Ottilien, einem Ortsteil von Eresing (nahe bei München). Sie wurden von Orgelbau Hubert Sandtner (D-Dillingen) gebaut. Die Hauptorgel steht wie üblich auf einer Empore über dem Haupteingang der Kirche, während die Chororgel im Querschiff – quasi im seitlichen Vierungsbereich – auf einer schmalen umlaufenden Empore ihren Platz hat. Da das Gestühl der Mönche in den beiden Querarmen der Kirche einander gegenüber liegend untergebracht ist, ist die Chororgel jederzeit sehr nah am Geschehen. Was die reine Häufigkeit angeht, ist sie mit Blick auf die Tageszeitenliturgie die eigentliche Hauptorgel der Kirche; die „andere“ ist die „Große Orgel“, die sonntags, zu festlichen Anlässen und in Konzerten genutzt wird. Von der Großen Orgel aus kann man die Chororgel nicht anspielen; wohl aber kann man von der Chororgel aus feste Kombinationen der Hauptorgel nutzen.

Die Große Orgel ist mit III / 47 P plus Zimbelstern klanglich sehr vielfältig. Sie hat Schleifladen mit mechanischer Spieltraktur. Die Registertraktur ist eine Doppeltraktur (mechanisch und elektrisch), wodurch u.a. ein Setzersystem ermöglicht wird.

Nederlands:

In 1994 maakte een zeer genereuze particuliere schenker de aanschaf van twee nieuwe orgels mogelijk voor de Heilig Hartkerk van de Benedictijnse aartsabdij in Sankt Ottilien, een wijk van Eresing (nabij München). Ze werden gebouwd door orgelbouw Hubert Sandtner (Dillingen, Duitsland). Zoals gebruikelijk staat het hoofdorgel op een galerij boven de hoofdingang van de kerk, terwijl het koororgel zich in het transept bevindt – an de zijkant van de kruising – op een smalle, omringende galerij. Omdat de banken van de monniken tegenover elkaar staan ​​in de twee transepten, bevindt het koororgel zich altijd zeer dicht bij de actie. Qua gebruiksfrequentie is deze orgel het hoofdorgel van de kerk voor het getijdengebed; het “andere” orgel is het “grote orgel”, dat wordt gebruikt op zondagen, bij feestelijke gelegenheden en tijdens concerten. Het koororgel kan niet worden bespeeld vanaf het grote orgel; vaste combinaties van het hoofdorgel kunnen echter wel vanaf het koororgel worden gespeeld.

Het grote orgel is rijkelijk uitgerust met 47 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal plus Zimbelstern, wat een breed scala aan klankmogelijkheden biedt. Het beschikt over sleepladen met mechanische toetsentractuur. De registertractuur is een dubbeltractuur (mechanisch en elektrisch), waardoor onder andere een combinatiesysteem mogelijk is.

Dispositie:

II. HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Praestant 16′, Principal 8′, Copel 8′, Flûte Harmonique 8′, Viole de Gambe 8′, Oktave 4′, Blockflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Cornet 5 fach (8′) (discant), Mixtur 5 fach (2′), Fagott 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
I. RÜCKPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Principal 8′, Rohrflöte 8′, Quintade 8′, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Nazard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Larigot 1 1/3′, Fourniture 4 fach (1 1/3′), Cromorne 8′, Tremulant.
III. SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Principal 8′, Flauto 8′, Salicional 8′, Voix Céleste 8′, Prestant 4′, Flûte Octaviante 4′, Octavin 2′, Cornet 3 fach (2 2/3′), Plein Jeu 3-4 fach (2 2/3′), Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Principalbaß 16′, Subbaß 16′, Quintbaß 10 2/3′, Octavbaß 8′, Gedecktbaß 8′, Choralbaß 4′, Mixtur 4 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′.
OVERIGE REGISTERS: Zimbelstern.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.
SPEELHULPEN: Setzeranlage (32x4x8 Kombinationen).