Foto: Jan van der Male © 2007
Michaël Maarschalkerweerd plaatste in 1891 een vrij groot concertorgel In het nieuwe Concertgebouw Amsterdam. De dispositie was ontworpen door Jos Verheijen. Verheijen bespeelde het instrument ook tijdens de ingebruikname op 10 oktober 1891. Hierbij werd o.a. Symphonie nr.1 voor orgel en orkest van Alexandre Guilmant uitgevoerd. Het instrument had drie manualen, een vrijstaande speeltafel, 46 stemmen en een mechanische tractuur met sleepladen. Meer dan een kwart van de stemmen bestond uit 8-voets registers. De kas van het orgel is door A.L. van Gendt, architect van het Concertgebouw, ontworpen. De bekroning van de middentoren is identiek aan de muziekkiosk die in de beginjaren in de tuin van het gebouw heeft gestaan.
Al in 1928 waren er oproepen en fondswervingen voor vernieuwing of vervanging van het orgel. Dispositie en klankkleur vielen in de jaren vijftig niet langer in de smaak. Men vond de klank niet boeiend, en ook de mechaniek moest gerestaureerd worden. J.C. Sanders verbouwde het orgel vanaf 1954, en maakte een vierde manuaal. De renovatie duurde veel langer dan gepland, mede door het overlijden van Sanders. Het orgel werd vooral uitgebreid, en opnieuw geïntoneerd. Geld voor nieuwbouw was er niet. Na de verbouwing heeft het instrument 59 registers, vier klavieren, een elektrische tractuur en 7 Setzer-combinaties. De verbouwing werd in 1961 door Leeflang & Keijzer voltooid. Op 24 februari 1962 is het weer in gebruik genomen. Adviseurs bij de werkzaamheden waren Gustav Leonhardt, Anthon van der Horst, Piet van Egmond, mr. A. Bouman en tenslotte mr. M.P.G. Kappeyne van de Coppello als secretaris. Bij de heringebruikname werd een feestelijk programma afgewerkt, waarbij Anthon van der Horst en Albert de Klerk het orgel hebben bespeeld.
Het resultaat van de restauratie was niet naar verwachting. Het orgel werd steeds minder gebruikt. Een nieuwe Orgelcommissie werd in het leven geroepen. Besloten is hierna om te gaan sparen voor een volledig nieuw orgel. Intussen schafte men in 1966 een kistorgel aan voor de continuo-partijen. Grote romantische werken met orgelpartijen stonden in die tijd niet op het programma, zodat het kleine instrument prima aan de wensen voldeed. Met het grote orgel werd niets gedaan. Het vierde manuaal functioneerde in de jaren zeventig niet meer, en werd buiten gebruik gesteld. Na 1983 was het orgel vrijwel volledig onbespeelbaar.
Een adviescommissie begon in 1987 met het maken van restauratieplannen. In 1989 werd het plan aangenomen om het Maarschalkerweerd-orgel in zijn oude vorm te reconstrueren, maar wel uit te breiden met 10 stemmen. Van 1990 tot 1993 voerde D.A. Flentrop de grote restauratie uit. In de nacht van 22 op 23 oktober 1990 werd het instrument gedemonteerd en overgeplaatst naar de werkplaats in Zaandam. Alleen de orgelkas bleef in de zaal achter. Hierbij is de oude situatie hersteld, maar ook is het orgel qua dispositie uitgebreid. Aan de nieuwe gereconstrueerde speeltafel is een modern snufje toegevoegd: een registratiecomputer met chipkaarten. Op 18 maart 1993 nam men het orgel weer in gebruik met een orgelconcert van Tristan Keuris, dat speciaal voor deze gelegenheid werd gecomponeerd. De organist van deze avond was Riccardo Chailly.
De dispositie van het Maarschalkerweerd-orgel: (1891, reconstructie Flentrop 1993)
HOOFDWERK (C – g3) 56 TOETSEN:
Jeux de Fonds: Prestant 16′, Bourdon 16′, Prestant 8′, Violoncel 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′.
Jeux de Combinaison: Flûte Octaviante 4′, Quint Harmonique 2 2/3′, Quint 2 2/3′ – 1993, Octaaf Harmonique 2′, Octaaf 2′ – 1993, Terts Harmonique 1 3/5′, Cornet V sterk – 1993, Mixtuur III-VI sterk (2′), Mixtuur IV-VI sterk (1 1/3′) – 1993, Bariton 16′ – 1993, Trompet Harmonique 8′, Trompet 8′, Trompet 4′.
POSITIEF (C – g3) 56 TOETSEN:
Jeux de Fonds: Zachtgedekt 16′, Prestant 8′, Salicionaal 8′, Unda-Maris 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′ – 1993.
Jeux de Combinaisons: Violine 4′, Fluit-Dolce 4′, Gemshoorn 2′, Maarschalkje 1 1/3′ – 1993, Mixtuur II-V sterk (2′), Trompet Harmonique 8′, Klarinet 8′.
RÉCIT (C – g3) 56 TOETSEN:
Jeux de Fonds: Quintadeen 16′, Viola di Gamba 8′, Voix Célèste 8′, Holpijp 8′, Flûte Harmonique 8′, Flûte Octaviante 4′, Vox Humana 8′, Basson Hobo 8′.
Jeux de Combinaisons: Nasard 2 2/3′, Flageolet Harmonique 2′, Terts 1 3/5′, Piccolo Harmonique 1′, Plein Jeu V sterk (2′) – 1993, Bombarde 16′ – 1993, Trompet 8′ – 1993, Trompet Harmonique 4′.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN:
Jeux de Fonds: Gedekt Subbas 32′, Open Bas 16′, Gedekt Subbas 16′, Violon 16′, Quintbas 10 2/3′, Violoncel 8′, Fluit 8′, Corni-Dolce 4′.
Jeux de Combinaisons: Bazuin 16′, Trombone 8′, Trompet 4′ – 1993.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Positief, Hoofdwerk – Récit, Positief – Récit, Hoofdwerk – Récit 16′, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Positief, Pedaal – Récit.
| Vulstem | Samenstelling |
| Mixtuur III-VI sterk (Hoofdwerk) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. |
| Mixtuur IV-VI sterk (Hoofdwerk) | C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′. c”’: 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′. |
| Mixtuur II-V sterk (Positief) | C: 2′ – 1 1/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. |
| Plein Jeu V sterk (Récit) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1 1/3′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 1/3′. c”’: 4′ – 4′ – 2 2/3′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′. |
