Enkhuizen, Westerkerk of Sint Gomaruskerk

Foto’s: Marcel Pelt © 2019

Het orgel in de Westerkerk in Enkhuizen (Noord-Holland) is al zeer oud. De kas is in 1549 gemaakt door Hendrik Niehoff. Het had drie klavieren en aangehangen pedaal, maar er is niets bekend van dit oude mechanische orgel. Vanaf maart 1679 bouwden Roelof en Johannes Duytschot een nieuw binnenwerk in de oude kas, dat in 1683 gereed was gekomen. Zij gebruikten wel veel van het bestaande pijpwerk. Het instrument werd in 1741 door Christiaan Müller gereviseerd. De gebroeders Van Dam restaureerden het instrument in de jaren 1837/1838 opnieuw, op kosten van de weduwe A. de Vries. In 1888 hebben zij de blaasbalgen vervangen door nieuwe exemplaren. Organist R.G. Crévecoeur adviseerde het orgel niet meer te restaureren, maar te vervangen. In 1896 werd het binnenwerk uit het orgel verwijderd, en door Steenkuyl en Recourt werd een nieuw pneumatisch kegelladen-orgel gebouwd in de oude kas. Het werd een instrument met twee klavieren en vrij pedaal. De klaviatuur werd in het rugwerk geschoven, dat verder leeg was gebleven. Op woensdag 3 mei 1899 is het in gebruik genomen. In het jaar 1955 werden door de firma Flentrop enkele veranderingen in de dispositie aangebracht. Zo werd de Cornet op het Hoofdwerk door een Sexquialter vervangen, de Salicionaal op het Bovenwerk moest plaatsmaken voor een Prestant 4′, de Vox Célèste  werd vervangen door een Fluit 2′, en op het Pedaal werd een Octaaf 4′ geplaatst waardoor de Cello 8′ het veld moest ruimen. De Salicet 4′ van het Bovenwerk werd opgeschoven tot een Quint 2 2/3′. Er zijn plannen om in de kas een nieuw mechanisch drieklaviers sleepladen-orgel te bouwen in oude stijl, met een reconstructie van de dispositie die door Hess werd vermeld (1774). De Westerkerk is tegenwoordig niet meer in gebruik voor kerkdiensten.

Van 1986 tot 1990 heeft orgelbouwer Jan Bruijn het Steenkuyl-orgel onderhouden. Hij maakte met enkele vrijwilligers waaronder de organist Henk Nauta, voor de bediening van het Rugwerk drie nieuwe mechanische klavieren en in de rugwerk kas een nieuwe windlade voor negen stemmen. Voor de Prestant 8′ werden de frontpijpen van Duytschot weer aangesloten. Bruijn wijzigde ook enkele registers bij het Hoofdwerk en Bovenwerk.

In maart 2004 werd bekend dat het oorspronkelijke Niehoff-binnenwerk zal worden gereconstrueerd. Dit ging niet door omdat niets van Niehoff bewaard is gebleven. Het binnenwerk van Steenkuyl is al in 2003 uit de kassen verwijderd. De bedoeling was dat het orgel in 2011 weer in gebruik zal worden genomen. Er zou ook een nieuw orgel worden gebouwd met het Steenkuyl-binnenwerk, dat op een andere plaats in de kerk zal worden geplaatst. Dit plan is inmiddels van de baan. Het materiaal van Steenkuyl is opgeslagen bij het orgelmuseum in Elburg. Daarna is dit verkocht en verwerkt in een nieuw orgel van Gereformeerde Kerk “De Poort” op Urk, dat gebouwd is door Ide Boogaard. Er moest een nieuw orgel voor Enkhuizen worden gebouwd omdat door wijzigingen aan de constructie het Steenkuyl-orgel ook niet meer in de kassen kon worden teruggeplaatst. Wijlen Jan Jongepier stelde een plan op voor de bouw van het nieuwe orgel.

Als eerste is de orgelkas geheel gerestaureerd, inclusief de in 1681 geplaatste frontpijpen. Deze restauratie werd in februari 2011 afgerond. In 2018 is een aanvraag gedaan bij drie orgelmakers om een ontwerp voor een nieuw orgel in de kassen te maken. De keuze viel op het plan van de firma L. Verschueren Orgelbouw. In 2021 was de eerste fase van de bouw gereed: het Bovenwerk, de mechaniek van het gehele orgel, de speeltafel en de balgen.

Het Hoofdwerk en Pedaal zijn op 9 juni 2024 in gebruik genomen. Adviseur hierbij was Theo Jellema. Hij gaf het ingebruiknameconcert bij het 475 jarig bestaan van de orgelkas uit 1549. Het Rugpositief werd hierna gebouwd. Het complete orgel was in het voorjaar van 2026 voltooid. Het werd op 28 juni 2026 in gebruik genomen met een concert door Theo Jellema. Het orgel heeft sleepladen, mechanische tractuur, 35 stemmen, 3 manualen, een vrij pedaal een J.H. Lambert-stemming.

Dispositie (Verschueren):

HOOFDWERK (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 16′, Octaaf 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Superoctaaf 2′, Mixtuur II-IV sterk, Groot Scherp III-IV sterk – tertskoor registreerbaar, Klein Scherp III sterk.
RUGPOSITIEF (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 8′, Quintadeen 8′, Octaaff 4′, Roerfluyt 4′, Octaaff 2′, Sifflet 1 1/3′, Sexquialter II sterk, Mixtuur III-IV sterk, Kromhoorn 8′.
BOVENWERK (C – d3) 51 TOETSEN: Prestant 8′, Roerfluyt 8′, Viola de Gamba 8′, Octaaff 4′, Open Fluyt 4′, Nasard 2 2/3′, Gemshoorn 2′, Sifflet 1′, Cornet V sterk, Mixtuur IV sterk, Trompet 8′, Vox Humana 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Subbas 16′ – c°-d’ transmissie, Octaaf 8′ – d°-d’ transmissie, Roer-Quint 5 1/3′, Octaaf 4′ – wisselsleep, Bastrompet 16′, Trompet 8′ – wisselsleep.
OVERIGE REGISTERS: Nachtegaal.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Rugpositief, Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Rugpositief, Pedaal – Bovenwerk.

Dispositie: (van Steenkuyl)

HOOFDWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Prestant 16′, Prestant 8′, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Quint 3′, Octaaf 2′ – 1938, Mixtuur IV-V sterk, Sexquialter II sterk – 1955, Fagot 16′, Trompet 8′.
BOVENWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Viola di Gamba 8′, Holpijp 8′, Gemshoorn 8′, Quintadeen 8′, Prestant 4′ – 1955, Fluit Harmonique 4′, Quint 2 2/3′, Fluit 2′ – 1955, Basson-Hobo 8′, Tremulant.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Bourdon 16′, Fluitbas 8′, Octaaf 4′ – 1955.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Bovenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Bovenwerk, Octaafkoppel.
SPEELHULPEN: Vaste combinaties.