Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026
Voor Nederlands: Zie onder Duitse tekst
Deutsch:
Die bedeutende große Kirche liegt im Münchner Stadtviertel Ludwigsvorstadt gleich an der vom Oktoberfest bekannten Theresienwiese. 1944 wurden im 2. Weltkrieg die Kirche und die Franz Borgias Maerz-Orgel von 1908 (III / 49 P) weitgehend zerstört. Die wiederaufgebaute Kirche erhielt erst 1964 eine neue Hauptorgel von Wilhelm Stöberl (D-München); sie wurde im Querschiff auf eine Empore gesetzt. 2006 erfolgte eine Renovierung mit geringfügiger Dispositionsänderung durch den Nachfolgebetrieb des Erbauers, die Münchner Orgelbau Johannes Führer. Es handelt sich um eine der letzten Kegelladen- und Freipfeifenprospektorgeln von Stöberl mit elektro-pneumatischer Spiel- und Registertraktur (bis heute erhalten). III / 37 P.
Nederlands:
De belangrijke grote kerk bevindt zich in de wijk Ludwigsvorstadt in München (Bayern) Duitsland, direct naast de Theresienwiese, beroemd om het Oktoberfest. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, in 1944, werden de kerk en het Franz Borgias Maerz-orgel uit 1908 (III / 49 P) grotendeels verwoest. De herbouwde kerk kreeg in 1964 een nieuw hoofdorgel van Wilhelm Stöberl (München, Duitsland); dit werd op een galerij in het transept geplaatst. In 2006 werd het orgel gerenoveerd met kleine aanpassingen aan de dispositie door de opvolger van de oorspronkelijke orgelbouwer, de Fa. Münchner Orgelbau Johannes Führer. Het is een van de laatste kegelladenorgels met een open pijpenfront van Stöberl met elektropneumatische tracturen zowel voor toetsen als voor de registers (die nog steeds bewaard zijn gebleven). Het heeft 37 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
I. Hauptwerk (C – g3) 56 TOETSEN: Montre 16′, Prinzipal 8′, Flûte Harmonique 8′, Rohrgedackt 8′, Oktave 4′, Schweizerpfeife 4′, Oktave 2′, Mixtur 5-6 fach (1 1/3′), Trompete 8′.
II. Positiv (C – g3) 56 TOETSEN: Gedackt 8′, Offenflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Prinzipal 2′, Terz 1 3/5′, Scharf 3 fach (1′), Rohrschalmei 8′, Tremulant.
III. SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Holzflöte 8′, Spitzgambe 8′, Weitprinzipal 4′, Blockflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Nachthorn 2′, Terz 1 3/5′, Scharfmixtur 4 fach (1′), Musette 16′, Oboe 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Prinzipalbass 16′, Subbass 16′, Quintbass 10 2/3′, Oktavbass 8′, Rohrpommer 8′, Choralbass 4′, Posaune 16′, Dulcian 16′, Fagott 8′, Clarine 4′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Positiv 16′, Hauptwerk – Positiv 4′, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Schwellwerk 16′, Hauptwerk – Schwellwerk 4′, Positiv – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk 4′, Positiv – Positiv 16′, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Schwellwerk 4′.
SPEELHULPEN: Setzerkombinationen – 2006, Tutti.



