Schwäbisch Gmünd, Heilig-Kreuz-Münster (Bürgerkirche)

Foto: Dick Sanderman © 2007

Het orgel van de Rooms Katholieke Heilig-Kreuz-Münster in Schwäbisch Gmünd (Baden-Württemberg) Duitsland, is in 1983 gebouwd door de firma Klais Orgelbau. Adviseur bij de bouw was Hubert Beck. Het instrument is in september 1983 ingewijd. Het staat achter een historisch front van Johann Michael Maucher, gefinancierd vanuit de nalatenschap van burgemeester Johann Burkhardt Mössnang. Paul Prescher had een mechanisch sleepladen-orgel achter dit front gebouwd. Het oude binnenwerk werd afgebroken toen de firma Weigle in 1877/1878 een nieuw romantisch orgel in de kas bouwde.

Vanwege de slechte toestand van dit werk en het feit dat men eigenlijk een groter orgel wilde werd besloten Klais een geheel nieuw binnenwerk te laten bouwen. Klais heeft een drieklaviers orgel met 54 stemmen en een vrij pedaal ontworpen met sleepladen, mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur. Adviseur bij de bouw was Hubert Beck. Het instrument is op 25 september 1983 in gebruik genomen.

Omstreeks 1998 is het orgel vergroot met een Röhrenglockenspiel met 25 klokken. In 2009 voerde Klais een revisie uit. Voornamelijk het elektrische gedeelte van het orgel is daarbij gerestaureerd. Verder werd de dispositie van het Hauptwerk uitgebreid met een Portunalflöte 8′. Adviseur bij de werkzaamheden was Stephan Beck.

Die Disposition der Klais-Orgel: (1983)

HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Praestant 16′, Principal 8′, Portunalflöte 8′ – 2009, Rohrflöte 8′, Salicional 8′, Octave 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Cornet 5 fach (8′), Mixtura Major 4 fach (2′), Mixtura Minor 4 fach (1/2′), Trompete 16′, Trompete 8′.
OBERWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Praestant 8′, Holzgedackt 8′, Principal 4′, Rohrflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Octave 2′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Quinte 1 1/3′, Superoctave 1′, Scharff 5 fach (1′), Holzdulcian 16′, Cromorne 8′, Tremulant.
SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Holzprincipal 8′, Trichtergedackt 8′, Gamba 8′, Vox Coelestis 8′, Principal 4′, Traversflöte 4′, Flageolett 2′, Sesquialter 2 fach (2 2/3′), Mixtur 5 fach (2 2/3′), Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Clairon Harmonique 4′, Tremulant, Glockenspiel (25 klokken) – ca 1998.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Contraviolon 32′, Principal 16′, Subbaß 16′, Violon 16′, Octave 8′, Burdon 8′, Cello 8′, Superoctave 4′, Hintersatz 5 fach (4′), Contraposaune 32′, Bombarde 16′, Posaune 16′, Trompete 8′, Kopftrompete 4′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Oberwerk, Hauptwerk – Schwellwerk, Oberwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Schwellwerk 4′.
SPEELHULPEN: 10.000 Setzerkombinationen.