Foto’s: Tjalling Roosjen © 2025
Nadat het oude orgel in zeer slechte staat verkeerde, besloot men een nieuw instrument te laten bouwen. J.H. Holtgräve kreeg de opdracht. Hij heeft eraan gewerkt vanaf 1836, en op 13 augustus 1839 werd het orgel opgeleverd. De heren S.A. Hempenius uit Zwolle en W.G. Hauff uit Groningen keurden het instrument. Het werd op zondag 18 augustus 1839 officieel in gebruik genomen. Tijdens de dienst werd het orgel bespeeld door de eigen organist, dhr. J. van Tright Jr., en door W.G. Hauff, organist van de Martinikerk in Groningen. Beide organisten hebben op maandag 19 augustus een concert gegeven waarvan de opbrengst werd geschonken aan de armen.
In 1891 volgde een ingrijpende verbouwing door P. van Oeckelen. Hij veranderde de toonhoogte, en verving een aantal registers. In 1911 is het instrument door de firma Maarschalkerweerd gereviseerd. Zij hebben het Bovenwerk in een zwelkast geplaatst. In 1942 voerde Gerrit van Leeuwen een revisie uit.
In 1956 werd een restauratie uitgevoerd door Willem Van Leeuwen. Zij hebben de Violoncel uit 1891 op het bovenwerk door een Terts vervangen. In het orgel is nog pijpwerk aanwezig uit het vorige Deventer orgel. Flentrop heeft het instrument in 1972-1975 gerestaureerd. De door Van Oeckelen gemaakte tongwerken uit 1891 werden vervangen door nieuwe, gemaakt naar voorbeeld van de Schnitger-tongwerken uit Alkmaar. Adviseur bij de restauratie was dr. Maarten Vente. Het orgel werd met een presentatieconcert door Jan Kleinbussink weer in gebruik genomen op 3 september 1975.
Het instrument is in 2017-2018 gerestaureerd door de firma Reil. Adviseur bij de werkzaamheden was Wim Diepenhorst. Alle tongwerken zijn herzien en de Trompet 8′ van het rugpositief is geheel vernieuwd. Het orgel is op 14 september 2018 weer in gebruik genomen met een concert door Kirstin Gramlich, organiste van de kerk, en Wim Diepenhorst. De tweede fase van de restauratie startte in oktober 2024. De klaviatuur is gerestaureerd, er is een nieuw pedaalklavier gemaakt en de kas werd in zijn geheel gerestaureerd. De heringebruikname vond plaats op vrijdag 12 september 2025. Het heeft 45 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal. De stemmingstemperatuur is gelijkzwevend.
De dispositie van het Holtgräve-orgel: (1839), met pijpwerk uit 1722
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 16′, Bourdon 16′, Octaaf 8′ – voor 1722, Roerfluit 8′, Octaaf 4′ – 16e eeuw/1839, Gemshoorn 4′ – 1722/1839, Quint 3′, Octaaf 2′ – voor 1722/1839, Sexquialter IV sterk (discant) – 1722/1839, Cornet V sterk – 1839, Mixtuur IV-V-VI-VIII sterk – 1722/1839, Fagot 16′ – 1975/2018, Trompet 8′ – 1975/2018.
RUGWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Prestant 8′, Quintadeen 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Quint 3′ – 1722/1839, Octaaf 2′, Fluit 2′, Mixtuur III-IV-VI sterk – 1722/1839, Trompet 8′ – 2018, Dulciaan 8′ – 1975/2018, Tremulant.
BOVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Holpijp 8′, Baarpijp 8′ – 1722/1839, Viola di Gamba 8′, Octaaf 4′ – voor 1722/1839, Open Fluit 4′ – 1839, Quintfluit 3′ – 1722, Woudfluit 2′ – 1722, Tertsfluit 1 3/5′ – 1975, Sifflet 1′ – 1975, Vox Humana 8′ – 1975/2018, Trompet 8′ – 1975/2018, Tremulant.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Prestant 16′, Subbas 16′, Octaaf 8′ – voor 1722/1839, Fluitbas 8′, Quint 5 1/3′ – voor 1722, Octaaf 4′ – voor 1722/1839, Fluit 4′ – 1839, Bazuin 16′ – 1839/1975/2018, Trompet 8′ – 1892/1975/2018, Trompet 4′ – 1975/2018.
KOPPELINGEN: Pedaal – Hoofdwerk, Hoofdwerk – Rugwerk (B/D), Hoofdwerk – Bovenwerk (B/D), Rugwerk – Bovenwerk (B/D).

















