Stuttgart, Matthäuskirche

Klik op deze link naar Organindex.de voor foto’s en een Duitstalige beschrijving van het orgel

De Matthäuskirche in Stuttgart is in 1881 gebouwd. Het eerste orgel van de kerk werd in 1896 in gebruik genomen. Dit instrument had twee manualen en pedaal, met 27 registers en was gebouwd door de firma Weigle (opus 187). Het orgel had een pneumatische tractuur. In 1943 raakte het instrument zwaar beschadigd als gevolg van bombardementen op de stad. Het is hierna gedemonteerd en opgeslagen. Na de herbouw van de kerk werd een noodorgel, een klein positief met zes stemmen gebruikt. In 1952 heeft men een nieuw drieklaviers orgel met 24 registers in gebruik genomen dat opnieuw gebouwd is door de firma Weigle (opus 906). Vier registers uit het oude orgel kregen een plek in dit nieuwe instrument. Het orgel kreeg een electro-pneumatische tractuur. In 1966 is het instrument door Weigle uitgebreid tot 49 stemmen, 3 manualen en vrij pedaal. Het geheel hernieuwde orgel is op 5 november 1967 in gebruik genomen waarbij het bespeeld werd door prof. H. Liedecke. Verschillende storingen in het orgel maakten een nieuwe revisie in 1981 noodzakelijk. Bij deze revisie is de dispositie opnieuw gewijzigd en uitgebreid, de tractuur is volledig elektrisch gemaakt, er zijn sleepladen geplaatst, en er heeft een herintonatie van het hele instrument plaatsgevonden. Het orgel heeft nu 68 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.

Dispositie:

Hauptwerk (C-c4): 61 toetsen Prinzipal 16′ – 1896, Bourdon 16′ – 1981, Prinzipal 8′, Gedeckt 8′, Flûte Harmonique 8′ – 1966/1981, Gambe 8′ – 1981, Oktave 4′, Viola 4′, Spitzflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoktave 2′, Cornett 5 fach (from g°) – 1981, Mixtur 4-5 fach (2′), Quartan 2 fach (1 1/3′ + 1′), Trompete 16′, Trompete 8′, Tremulant.
Positiv (C-c4): 61 toetsen Fugara 8′, Holzflöte 8′, Spitzflöte 8′, Quintviola 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Oktave 2′, Flöte 2′, Quint 1 1/3′, Oktavlein 1′, None 8/9′ (from c°), Sesquialter 2 fach (2 2/3′ + 1 3/5′), Scharf 3-4 fach (1′), Cromorne 8′, Chamade 8′, Chamade 4′, Tremulant.
Schwellwerk (C-c4): 61 toetsen Pommer 16′, Harfenprinzipal 8′, Gedeckt 8′, Salicional 8′, Voix Céleste 8′, Oktave 4′, Blockflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Doublette 2′, Flachflöte 2′, Terz 1 3/5′, Sifflöte 1′, Septquart 2 fach (8/7′ + 8/11′), Mixtur 4 fach (1′), Zimbel 3 fach (1/2′), Fagott 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Vox Humana 8′, Clairon 4′, Tremulant, Carillon, Zimbelstern.
Pedal (C-g1): 32 toetsen Bourdon 32′, Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′ – 1896, Zartbaß 16′ – 1896, Oktavbaß 8′, Violbaß 8′, Gemshorn 8′, Oktave 4′, Pommer 4′, Schwiegel 2′, Hintersatz 3-4 fach (5 1/3′), Mixtur 3 fach (2′), Bombarde 32′, Posaune 16′, Trompete 8′, Singend Kornett 4′, Tremulant.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Hauptwerk – Schwellwerk 16′, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Schwellwerk 4′.
Speelhulpen: Setzer-combinaties (4096).