Foto’s: Stefan Braun (Köln) © 2026
Voor Nederlands: Zie onder Duitse tekst
Deutsch:
Die 1505 fertiggestellte Kirche des 896 gegründeten Klosters – das schon seit 1558 (Reformation) kein Kloster mehr ist – wird als evangelische Gemeindekirche genutzt, ebenso einige Räume der sehr sehenswerten, teilweise spätmittelalterlichen Klosteranlage. Sie wird trotzdem auch heute noch „Klosterkirche Möllenbeck“ genannt.
Die Orgel wurde ursprünglich 1838-1844 von Christian Wilhelm Möhling (D-Rinteln, zuvor NL-Deventer) erbaut. 1909 baute Friedrich Klassmeier (D-Kirchheide) unter Übernahme von großen Teilen des alten Pfeifenwerks ein neues elektropneumatisches Orgelwerk in das alte Gehäuse ein. 2010-2014 führte Hendrik Ahrend (D-Leer) eine umfassende rekonstruktive Restaurierung mit dem Ziel der Rückkehr zum Ursprungszustand durch, konzeptioniert als mechanische Schleifladenorgel; es wurden originale Möhling-Klaviaturen aus Eisbergen (D) eingebaut und fehlende Möhling-Pfeifen durch solche aus Eisbergen ersetzt. Das Gehäuse wurde durch Dietrich Wellmer restauriert und farblich gefasst. 2017 ergänzte Ahrend in Anlehnung an die ursprünglichen Planungen von 1844 noch drei Register (HW Trompete 8‘, OW Geigenprincipal 8’ und Mixtur). II / 20 P.
Nederlands:
De kerk, voltooid in 1505, van het in 896 gestichte klooster – dat in 1558 (Reformatie) ophield een katholiek klooster te zijn – wordt, evenals enkele ruimtes van het zeer indrukwekkende, deels laatmiddeleeuwse kloostercomplex, gebruikt als protestantse wijkgemeentekerk. Desondanks wordt het nog steeds de “Klosterkirche Möllenbeck ” genoemd.
Het orgel werd oorspronkelijk gebouwd tussen 1838 en 1844 door Christian Wilhelm Möhling (D-Rinteln – voormalig NL-Deventer). In 1909 installeerde Friedrich Klassmeier (D-Kirchheide) een nieuw elektro-pneumatisch orgelwerk in de oude orgelkast, waarbij hij een grote deel van het oude pijpwerk hergebruikte. Hendrik Ahrend (D-Leer) voerde 2010-2014 een uitgebreide reconstructieve restauratie uit met als doel het orgel terug te brengen naar zijn oorspronkelijke staat, zoals het was ontworpen als een mechanisch sleepladenorgel. Originele Möhling-toetsenborden uit Eisbergen (Duitsland) werden geïnstalleerd en ontbrekende Möhling-pijpen werden vervangen door exemplaren uit Eisbergen. De orgelkast werd gerestaureerd en opnieuw geschilderd door Dietrich Wellmer. In 2017 voegde Ahrend drie registers toe (HW 8′ Trompete, OW 8′ Geigenprincipal en Mixture), gebaseerd op de originele plannen uit 1844. II / 22 P.
Dispositie:
I. HAUPTWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bordun 16′ – 1844, Principal 8′, Viola da Gamba 8′ – 1844/2014, Gedact 8′ – 1844, Octav 4′, Spitzfloete 4′, Octav 2′ – 1844/2014, Gemshorn 2′, Mixtur 3-4 fach – 1844/2014, Trompete 8′ – 2017.
II. KRONWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Geigenprincipal 8′ – 2017, Lieblich Gedact 8′ – 1844, Principal 4′, Flauto Traverso 4′ – 1844/2014, Octav 2′ – 1844/2014, Sesquialtera 2 fach – 1844/2014, Mixtur 3 fach – 2017, Dulcian 8′.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Principalbass 16′ – 1844/2014, Subbass 16′ – 1844/2014, Violonbass 8′ – 1844/2014, Posaunenbass 16′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Oberwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Oberwerk.



