Nieuwenhoorn, Kerk aan de Dorpsstraat

Foto: Bram Luteyn © 2022

Op 15 februari 1819 sloten de kerkmeesters van de Hervormde Kerk van Nieuwenhoorn (Zuid-Holland) en de gebroeders G.T. & J. Bätz & Co een contract over de bouw van een nieuw orgel. Het instrument zou in juli 1820 worden opgeleverd, maar dit werd uiteindelijk 8 en 9 december 1821. Door het overlijden van Gideon Thomas Bätz in 1820 heeft Jonathan Bätz het werk alleen voltooid Fr. Nieuwenhuijsen heeft het mechanische sleepladen-orgel gekeurd. In 1874 heeft Van den Haspel & Schölgens de Mixtuur door een Bourdon 16′ vervangen. In de jaren 1895-1899 heeft hij de gehele inrichting van de orgelkas omgebouwd. Ook breidde hij de omvang van de Viola di Gamba uit tot C groot. In 1910 plaatste Standaart een nieuwe Trompet 8′, die echter mogelijk gemaakt is door Witte. In 1934 werden plannen gemaakt voor nieuwbouw, maar deze zijn gelukkig nooit uitgevoerd. Het van oorsprong witte meubel was in de negentiende eeuw donkerbruin geschilderd. In 1971/1972 heeft de firma Leeflang een grote restauratie uitgevoerd. Niet alleen werd de oorspronkelijke dispositie hersteld, maar ook de inrichting van de orgelkas werd gereconstrueerd. De kas werd opnieuw wit geschilderd. Adviseur bij de werkzaamheden was in eerste instantie Lambert Erné. Na diens overlijden werd het werk overgenomen door zijn zoon Hans Erné en dr. Maarten Vente. Het orgel heeft 14 stemmen, 2 manualen en een aangehangen pedaal. De stemmingstemperatuur is evenredig zwevend en de toonhoogte is a’ = 440 Hz.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – f3 Prestant 8′ – discant dubbelkorig, Roorfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′ (B/D), Octaaf 2′, Mixtuur III-IV-V-VI sterk (B/D), Cornet V sterk (discant), Sexquialter III sterk (discant), Trompet 8′ (B/D).
Bovenwerk: C – f3 Holpijp 8′, Viool de Gambe 8′ (discant), Roorfluit 4′, Nachthoorn 2′.
Pedaal: C – c1 Aangehangen.
Koppelingen: Klavierkoppeling (gehalveerd).
Speelhulpen: Tremulant.