Foto: John Salmon © 2014
Het orgel in Chichester Cathedral is gebouwd in 1888 door Arthur Hill. Hij maakte hierbij gebruik van ouder materiaal. Het oorspronkelijke instrument, dat deels nog terugging tot 1678 werd in 1861 grotendeels verwoest toen de middentoren van de kerk was ingestort. Dit oude orgel was in 1678 gebouwd door Renatus Harris als éénklaviers instrument met acht stemmen. John Byfield breidde het in 1725 uit met een rugwerk en in 1778 heeft Thomas Knight een bovenwerk gemaakt. Hierna volgden nog uitbreidingen door John England in 1806, door Pilcher in 1829 en door Gray & Davison in 1844. Thomas Hill plaatste in 1851 het orgel van de scheiding tussen koor en schip van de kerk naar de noordzijde van het koor. Op deze plaats raakte het in 1861 zeer zwaar beschadigd. In 1888 maakte Arthur Hill een nieuwe kas. Daarin zijn delen van de historische kas verwerkt. Hele verbouwde het instrument in 1904 tot een drieklaviers kathedraalorgel met 34 stemmen. De nieuwe console kreeg echter wel vier manualen. In 1973 is het orgel voor een grote restauratie gedemonteerd. De firma Mander uit Londen startte in 1985 met de herbouw. Verschillende nieuwe registers werden geplaatst. Een deel van het instrument is in het zuidelijke triforium voor de begeleiding van de gemeentezang opgesteld. Vanaf de speeltafel is ook het kleine orgel dat in het schip van de kerk is opgesteld te bespelen. In 1986 kon het mechanische sleepladen-orgel dat inmiddels 4 klavieren heeft, weer in gebruik worden genomen.
Dispositie:
GREAT (C – a3) 58 TOETSEN: Double Open Diapason 16′, Open Diapason I 8′, Open Diapason II 8′, Stopped Diapason 8′, Principal 4′, Suabe Flute 4′, Twelfth 2 2/3′, Fifteenth 2′, Flageolet 2′ – 1986, Tierce 1 3/5′ – 1986, Full Mixture 3 ranks, Sharp Mixture 2 ranks, Trumpet 8′, Clarion 4′.
CHOIR (C – a3) 58 TOETSEN: Stopped Diapason 8′, Dulciana 8′ – 1986, Principal 4′, Flute 4′, Fifteenth 2′ – 1986, Nineteenth 1 1/3′ – 1986, Mixture 2 ranks (22.26) – 1986, Tremulant.
SWELL (C – a3) 58 TOETSEN (IN ZWELKAST): Double Diapason 16′, Open Diapason 8′, Stopped Diapason 8′, Salicional 8′, Vox Angelica 8′ (T.C.), Principal 4′, Flute 4′, Fifteenth 2′, Mixture 3 ranks (17.19.22), Fagotto 16′, Cornopean 8′, Hautboy 8′, Clarion 4′, Tremulant.
SOLO (C – a3) 58 TOETSEN: Wald Flute 8′ – 1986, Flauto Traverso 4′ – 1986, Cornet 3-4 ranks (discant) – 1986, Cremona 8′, Posaune 8′ – 1986, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Open Diapason 16′, Violone 16′ – 1986, Bourdon 16′, Quint 10 2/3′ – 1986, Principal 8′, Fifteenth 4′ – 1986, Mixture 4 ranks (19.22.26.29) – 1986, Contra Fagotto 32′ – 1986, Trombone 16′.
KOPPELINGEN: Choir to Great, Swell to Great, Solo to Great, Great to Pedal, Swell to Pedal, Choir to Pedal, Solo to Pedal, Solo Octave to Pedal, Sub Octave Solo.
SPEELHULPEN: 8 thumb pistons to Great, 8 to Swell and 6 to Choir; 4 to Solo and 4 to Nave organ; 12 general thumb pistons; 8 composition pedals to Swell and 8 to Pedal; reversible composition pedals to gt-pd and sw-gt; reversible thumb pistons to ‘usual’ couplers; Great and Pedal combinations coupled; Pedal on Swell pistons; General pistons on Swell composition pedals; adjustable pistons have 6 separate memory channels; electrically operated piston system (heavy duty solenoids).
