Foto: Sjaak van Loo © 2022
In 1966 bouwde Rudolf von Beckerath een nieuw tweeklaviers sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur voor de Sankt Lorenz-Kirche te Travemünde (Schleswig-Holstein) Duitsland. Het instrument werd in het koor van de kerk geplaatst, aan de rechterwand. Het orgel had een vrijstaande speeltafel. In 1991 is het instrument door Hinrich Otto Paschen gedemonteerd en opnieuw opgebouwd aan de westzijde van de kerk. Hierbij werd een nieuwe orgelkas met een rugpositief vervaardigd. Het pedaal breidde men met twee registers uit en er is een Setzer-installatie geplaatst. Het orgel heeft 29 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
Hauptwerk (C-g3): Quintadena 16′, Prinzipal 8′, Rohrflöte 8′, Oktave 4′, Koppelflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Oktave 2′, Flachflöte 2′, Mixtur 4-6 fach, Trompete 8′.
Rückpositiv (C-g3): Metallgedackt 8′, Prinzipal 4′, Blockflöte 4′, Waldflöte 2′, Gemsquinte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Scharff 4 fach, Krummhorn 8′, Schalmey 4′, Tremulant.
Pedal (C-f1): Prinzipal 16′, Subbaß 16′ – 1991, Oktave 8′, Gedackt 8′ – 1991, Oktave 4′, Nachthorn 2′, Rauschpfeife 5 fach, Fagott 16′, Trompete 8′, Trompete 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv.
Speelhulpen: 64 Setzerkombinationen – 1991.
