Foto: Reinhard Kraasch, CC-BY-SA 3.0
- In 1741 werd in Paramaribo een Lutherse kerk opgericht. Zes jaar later is er een kerkgebouw in gebruik genomen. De kerk werd Maarten Lutherkerk genoemd. Op 31 januari 1831 tekende de firma Jonathan Bätz een contract voor de bouw van een nieuw mechanisch sleepladen-orgel. De kerk brandde in de nacht van 3 op 4 september 1832 tot de grond toe af. Witte was inmiddels met het orgel al op reis naar Suriname, en kon in januari 1833 weer onverrichterzake terugkeren naar Nederland. Nadat de kerk is weer was opgebouwd werd het instrument alsnog geplaatst. Op 3 mei 1835 is het in gebruik genomen.
- In 1930 wijzigde de firma Sanders de dispositie. De Quint 3′ werd vervangen door een Viola di Gamba 8′, de Trompet werd vervangen door een nieuw exemplaar en de Mixtuur kreeg een andere samenstelling (van III-IV-VI sterk naar III-IV-V sterk). Tenslotte werd de dispositie uitgebreid met een Fluit Travers 8′ (discant). In 1966 is het orgel gerestaureerd door Flentrop. Er is een nieuwe Quint gemaakt, een Trompet geplaatst van J.F. Witte uit het orgel van de Remonstrantse kerk in Haarlem (1899) en de Mixtuur is hersteld. Flentrop plaatste ook een nieuw pedaalklavier en een nieuwe blaasbalg.
- Het orgel in de kerk, tegenwoordig Maarten Lutherkerk genoemd heeft in 2016-2017 groot onderhoud ondergaan dat is uitgevoerd door de firma Pels & Van Leeuwen onder advies van Rudi van Straten. Het werd hierna weer in gebruik genomen met een officiële overdracht op 1 december 2017. Peter den Ouden gaf daarbij een concert.
- Het mechanische sleeplade-orgel heeft 11 stemmen, 1 manuaal en een aangehangen pedaal. De toonhoogte is a’ = 448 Hz. De winddruk is 65 mm en de stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.
Dispositie:
Manuaal (C-f3): 54 toetsen Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Fluit Travers 8′ (discant) – 1920, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 3′ – 1966, Octaaf 2′, Mixtuur III-IV-VI sterk, Cornet V sterk – 1835/1966, Trompet 8′ (B/D) – 1899.
Pedaal (C-d1): 27 toetsen Aangehangen.
