Bernau bei Berlin, Evangelische Sankt Marienkirche

Foto: Subbass1, CC-BY-SA 4.0 (Wikipedia)

  • Het orgel in de Marienkirche te Bernau bei Berlin (Brandenburg) Duitsland, werd gebouwd in de jaren 1863-1864 door de firma Wilhelm Sauer. Het was een drieklaviers orgel met kegelladen en mechanische tracturen. Sauer heeft een brede neogotische orgelkas met een hoog oprijzende middenpartij ontworpen. Op 14 augustus 1864 is het instrument in gebruik genomen. Het oude orgel van de kerk, dat in 1572 door Hans Scherer was gebouwd, en daarna verschillende keren was verbouwd en uitgebreid, werd afgebroken, inclusief het fraaie front met prachtig houtsnijwerk. Een paar pijpen en kasdelen daarvan hangen als sierstukken in de kerk. Het orgel van Sauer is ook niet ongeschonden door de tijd gekomen.
  • In 1905 heeft Barnim Grüneberg het geheel omgebouwd. Het kreeg nu een vrijstaande speeltafel en pneumatische tracturen. De frontpijpen werden in 1917 gevorderd en omgesmolten voor oorlogsdoeleinden. In 1925 is het orgel door de firma Grüneberg hersteld en voorzien van nieuwe frontpijpen. In 1951 heeft de firma Sauer een restauratie uitgevoerd. De dispositie werd ook enigszins gewijzigd. Het orgel bleek echter behoorlijk vervallen, had last van houtworm en viel ook niet meer in de smaak. In 1978 kreeg de firma Voit de opdracht voor de bouw van een nieuw orgel. De kas van Sauer moest wel behouden blijven. De bouw is uiteindelijk in 1987 gestart. Het binnenwerk van Sauer werd in april 1987 gesloopt. Het nieuwe mechanische sleepladen-orgel met 29 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal werd op 10 september 1989 ingewijd.

Dispositie:

Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Pommer 16′, Prinzipal 8′, Holzflöte 8′, Oktave 4′, Koppelflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Oktave 2′, Waldflöte 2′, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Tremulant.
Schwellwerk (C-g3): 56 toetsen Flötenprinzipal 8′, Gedackt 8′, Salizional 8′, Prinzipal 4′, Rohrflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Oktave 2′, Terz 1 3/5′, Spitzquinte 1 1/3′, Zimbel 3 fach (1/2′), Vox Humana 8′, Tremulant.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Prinzipalbaß 16′, Subbaß 16′, Oktavbaß 8′, Gedacktbaß 8′, Choralbaß 4′, Rauschpfeife 3 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Schwellwerk.