Foto: Fjalnes, CC0 (Wikimedia Commons)
Johann Dietrich Kuhlmann bouwde n 1816-1817 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de kerk in Stöckheim. De firma Giesecke plaatste het instrument in 1860 over naar de Reformierte Kirche in Göttingen (Niedersachsen) Duitsland. Furtwängler & Hammer bouwde in 1914 een nieuw binnenwerk. Ook dit instrument is weer vervangen. In 1970 bouwde Paul Ott een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 15 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal in de oude kas.. In 1997 restaureerde Ingo Kötter het instrument. Naast de orgelkas bleef nog één register van Kuhlmann bewaard.
Dispositie:
Hauptwerk (C-f3): 54 toetsen Prinzipal 8′, Holzflöte 8′ – 1817, Oktave 4′, Gemshorn 2′, Mixtur 3-5 fach (1 1/3′).
Brustwerk (C-f3): 54 toetsen Gedackt 8′, Rohrflöte 4′, Prinzipal 2′, Zimbel 1-2 fach (2/3′), Musette 8′, Tremulant.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Subbass 16′, Oktavbass 8′, Rohrflöte 4′, Rauschpfeife 2 fach (2’+1 1/3′), Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Brustwerk.
