Foto: Claus Ableiter, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
In het jaar 1805 bouwde Andreas Ubhauser een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met vijftien stemmen voor de Evangelische Kirche van Altlußheim (Baden-Württemberg) Duitsland. In 1873 is het instrument omgebouwd door Ignaz Dörr. Friedrich Weigle bouwde in 1904 een nieuw pneumatisch kegelladen-orgel met twintig stemmen in de kas van Ubhauser. Dit instrument moest in 1964 het veld ruimen voor een nieuw orgel van de Gebrüder Mann, opus 249, met twee-en-twintig stemmen. Dit orgel kreeg sleepladen met elektrische tractuur en werd op zijn beurt in 1984 vervangen door een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 29 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal dat gebouwd werd door Wolfgang Scherpf.
Dispositie:
HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bordun 16′, Prinzipal 8′, Gedeckt 8′, Oktave 4′, Rohrflöte 4′, Waldflöte 2′, Quinte 1 1/3′, Cornett 5 fach (8′), Mixtur 4 fach (2′), Trompete 8′.
POSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Gedacktpommer 8′, Gemshorn 4′, Quinte 2 2/3′, Terz 2′, Zimbel 2 fach (1/2′).
SCHWELLWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Gedeckt 8′, Salicional 8′, Prinzipal 4′, Schwiegel 2′, Sifflöte 1′, Scharfzimbel 3 fach (1′), Krummhorn 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbass 16′, Oktavbass 8′, Gedecktbass 8′, Choralbass 4′, Hintersatz 4 fach (2 2/3′), Basson 16′, Trompete 8′.
