Harlingen, Grote Kerk

Foto’s: Wim Verburg © 2007

De Grote of Nieuwe Kerk in Harlingen (Friesland) is op 1 januari 1775 in gebruik genomen. Hinsz startte al snel daarna met de bouw van het nieuwe orgel. De eerste pijp werd geplaatst op 11 september 1775. Op 30 april 1776 was het orgel opgeleverd. Het instrument bleef lange tijd onveranderd. Het onderhoud werd o.a. verricht door Albertus van Gruisen, de firma Van Dam en Hardorff.

In 1864 was een restauratie dringend noodzakelijk. Van Oeckelen heeft deze uitgevoerd. De dispositie werd hierbij ingrijpend veranderd. Hij heeft alle tongwerken vervangen door nieuwe met doorslaande tongen. Pieter van Dam voerde in 1915 enkele reparaties uit. Ook wijzigde hii het orgel met twee nieuwe stemmen: een Cello 8′ op de plaats van de Quint 6′ op het hoofdwerk en een Vox Celeste 8′ discant in de plaats van de Flageolet 1′ op het rugwerk.

Bij een restauratie door de firma J. de Koff & Zn. in 1938/1939 vonden opnieuw veel wijzigingen aan de dispositie plaats. Zo werden onder meer de tongwerken van het hoofdwerk en het pedaal wederom vernieuwd. Volgens de plannen uit 1938 werden als nieuwe registers geplaatst: Quintadeen 8′, Solofluit 4′, Quint 2 2/3′, Trompet 16′, Trompet 8′ en Hobo 8′ op het Hoofdwerk; Viola di Gamba 8′ en Nasard 2 2/3′ op het Rugpositief; Quint 5 1/3′, Bazuin 16′, Trombone 8′, Trompet 4′ en Cornet 2′ op het Pedaal. Ook werd er een nieuw pedaalklavier geplaatst.

In 1971 voerde de firma Flentrop een restauratie uit. In 1983 restaureerden zij de rugwerklade. Maarten Vente was adviseur bij de restauratie. Het rugwerk werd Op 5 juni 1983 weer in gebruik genomen. Vervolgens zijn in 1984 de frontpijpen hersteld. Een volgende fase van de restauratie van het instrument werd in 2001 voltooid. Hierbij is de mechaniek weer in de originele staat teruggebracht. Ook werd al het pijpwerk geïnventariseerd en opgemeten.

In 2010 begon Flentrop een reconstructie van het orgel, waarbij de situatie van 1776 geheel werd hersteld. Cees van der Poel. Op 1 oktober 2011 is het orgel weer in gebruik genomen. Het orgel is daarbij bespeeld door Cees van der Poel en de organisten van de kerk, Eeuwe Zijlstra en Jan Luth waren adviseurs bij de werkzaamheden.

De dispositie van het Hinsz-orgel: (1776)

HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Gedakt 16′, Prestant 8′ – discant dubbel, Baarpijp 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′ – 2010, Quint 3′ – 2010, Octaaf 2′, Woutfluit 2′, Cornet III sterk (5 1/3′) (discant) – 1776/1864/2010, Mixtuur IV-V-VI sterk (1 1/3′) (B/D) – 1776/2010, Trompet 16′ (B/D) – 2010, Trompet 8′ – 2010, Voxhumana 8′ – 2010.
RUGWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Quintadeen 8′ – 2010, Holpijp 8′, Prestant 4′ – 1776/2010, Fluit 4′, Nassat 3′ – 2010, Octaaf 2′, Speelfluit 2′, Sesquialter II-IV sterk (2 2/3′) – 2010, Scherp III-IV sterk (2/3′) – 2010, Dulciaan 8′ – 2010.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Bordon 16′ – 1776/1864/2010, Prestant 8′, Gedakt 8′, Quint 6′ – 1852/1939, Octaaf 4′, Nachthoorn 2′, Bazuin 16′ – 2010, Trompet 8′ – 2010, Schalmey 4′ – 2010, Cornet 2′ – 2010.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Rugwerk – schuifkoppel, Pedaal – Hoofdwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant, Calcantenklok, 3 Afsluiters.

Vulstem: Samenstelling:
Cornet III sterk (Hoofdwerk) c’: 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′.
Mixtuur IV-V-VI sterk (Hoofdwerk) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/2′. c°: 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′ – 2′.
Sexquialter II-IV sterk (Rugwerk) C: 2 2/3′ – 1 3/5′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 2′ – 1 3/5′.
Scherp III-IV sterk (Rugwerk) C: 2/3′ – 1/2′ – 1/3′. c°: 1′ – 2/3′ – 1/2′. c’: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.

Vorige disposities:

Knock (1788)

MANUAAL: Gedakt 16′, Praestant 8′ (discant dubbel), Holpyp 8′, Baardpyp 8′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′, Quint 3′, Super Octaaf 2′, Woudfluit 2′, Mixtuur IV-V-VI sterk, Cornet III sterk (discant), Trompet 16′ (gedeeld), Trompet 8′ en Voxhumana 8′.
RUG POSITIEF: Quintadeen 8′, Fluit Douce 8′, Praestant 4′, Gedactfluit 4′, Nassat 3′, Octaaf 2′, Speelfluit 2′, Sexquialter II-III-IV sterk, Scherp III-IV sterk en Dulciaan 8′.
PEDAAL: Bourdon 16′, Praestant 8′, Gedakt 8′, Rhoer Quint 6′, Octaaf 4′, Nagthoorn 2′, Bazuin 16′, Trompet 8′, Schalmey 4′ en Clarinet 2′.
Verders 5 blaasbalgen, 3 afsluitingen, 2 tremulanten en 1 calcanten klok. De klavieren lopen van groot C tot drie gestreept f, in Kamertoon gestemd.

Van ’t Kruijs (1885)

Het Orgel in de Nieuwe Kerk te Harlingen heeft 34 sprekende stemmen, twee klavieren en vrij pedaal. Albert Anthoni Hinsz heeft in 1776 dit werk geleverd; Van Oeckelen heeft het in 1864 hersteld.
Organist de Heer J. Miedema.
HOOFDKLAVIER: Prestant 8′, Bourdon 16′, Baarpijp 8′, Holpijp 8′, Quint 6′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′, Octaaf 2′, Woudfluit 2′, Cornet 5 st., Mixtuur 3-5 st., Trompet 16′, Trompet 8′, Hobo 8′.
RUGWERK: Prestant 8′, Holfluit 8′, Flûte d’Amour 4′ (moet zijn: 8′), Viola di Gamba 8′, Violon (disc.) 8′, Gedaktfluit 4′, Salicionaal 4′, Speelfluit 2′, Flageolet 1′, Calcodion 8′.
PEDAAL: Prestant 8′, Subbas 16′, Gedakt 8′, Octaaf 4′, Fluit 2′, Nachthoorn 2′, Bazuin 16′, Trompet 8′ (moet zijn: 4′), Trombone 8′, Cornet 2′.
Stomme registers: Tremulanten, Drie Afsluitingen.

De oorspronkelijke dispositie luidde:
HOOFDWERK: Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Baarpijp 8′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′, Quint 2 2/3′, Superoctaaf 2′, Woudfluit 2′, Cornet III sterk (discant), Mixtuur IV-V sterk, Trompet 16′, Trompet 8′, Vox Humana 8′.
RUGWERK: Quintadeen 8′, Flûte d’Amour 8′, Prestant 4′, Gedaktfluit 4′, Nasat 2 2/3′, Octaaf 2′, Speelfluit 2′, Scherp III-IV sterk, Sesquialtera II-IV sterk, Dulciaan 8′.
PEDAAL: Subbas 16′, Prestant 8′, Gedakt 8′, Roerquint 5 1/3′, Octaaf 4′, Nachthoorn 2′, Bazuin 16′, Trombone 8′, Trompet 4′, Cornet 2′.

Na de restauratie door Van Oeckelen in 1864 was de dispositie:
HOOFDWERK: Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Baarpijp 8′, Quint 6′, Octaaf 4′, Spitsfluit 4′, Octaaf 2′, Woudfluit 2′, Cornet V sterk (discant), Mixtuur III-V sterk, Trompet 16′ (gedeeld), Trompet 8′, Hobo 8′.
RUGWERK: Prestant 8′, Holfluit 8′, Viola di Gamba 8′, Violon 8′ (discant), Flûte d’Amour 8′, Gedaktfluit 4′, Salicionaal 4′, Speelfluit 2′, Flageolet 1′, Calcodion 8′.
PEDAAL: Subbas 16′, Prestant 8′, Gedakt 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Nachthoorn 2′, Bazuin 16′, Trombone 8′, Trompet 4′, Cornet 2′.

Van 1939 tot 2010 luidde de dispositie:
HOOFDWERK: Bourdon 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Baarpijp 8′, Octaaf 4′, Open Fluit 4′, Quint 3′, Superoctaaf 2′, Woudfluit 2′, Cornet V sterk (discant) – 1776/1864, Mixtuur III-IV-V sterk (gedeeld) – 1776/1864, Trompet 16′ (gedeeld) – 1939, Trompet 8′ – 1939, Hautbois 8′ – 1939.
RUGWERK: Prestant 8′ – 1776/1864, Fluit d’Amour 8′, Quintadeen 8′, Viola di Gamba 8′, Vox Celeste 8′ (discant) – 1915, Salicionaal 4′ – 1864, Gedaktfluit 4′ – 1776, Nasard 2 2/3′ – 1939, Speelfluit 2′ – 1776, Calcodion 8′ – 1864.
PEDAAL: Subbas 16′ – 1864, Prestant 8′ – 1776, Gedakt 8′ – 1776, Quint 5 1/3′ – 1939, Octaaf 4′ – 1776, Nachthoorn 2′ – 1776, Bazuin 16′ – 1939, Trombone 8′ – 1939, Trompet 4′ – 1939, Cornet 2′ – 1939.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Rugwerk, Pedaal – Hoofdwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant.