Foto’s: Koen van Andel
De dispositie van het Witte-orgel: (1858)
Hoofdwerk:
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Woudfluit 2
Mixtuur III B
Cornet IV
Trompet 8
Nevenwerk:
Holfluit 8
Gamba 8
Salicet 4
Roerfluit 4
Fluit 2
Dulciaan 8
Pedaal:
Subbas 16
Octaaf 8
Fluit 8
Trombone 8
Koppelingen:
Manuaalkoppel
Pedaal – Hoofdwerk
Speelhulpen:
Ventiel
Calcant
| Vulstem | Samenstelling |
| Mixtuur III sterk (Bas) (Verhofstadt) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′. e°: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. |
| Cornet IV sterk (Discant) (Witte) | c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. c”: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′. In 1973 is de repetitie vervallen. Het 8′-koor is vervangen door een 1 3/5′-koor. |



