Rīga, Rīgas Doms

Pictures: Chris Stafford © 2019

  • Het grote orgel in de Dom te Riga is in de jaren 1880-1883 gebouwd door de Duitse firma Walcker. De geschiedenis van het instrument begint echter in 1601, toen Jacob Rat een nieuw orgel bouwde. Dat instrument werd in 1777 gewijzigd en vergroot door Andreas Kontius. Walcker bouwde het huidige mechanische kegelladen-orgel met veel onderdelen uit het bestaande instrument. Ook de kassen zijn nog van het oude instrument. Walcker plaatste het nieuwe orgel op twee etages achter het oude front, maar de frontpijpen bleven stom. Het orgel kreeg twee speeltafels. De hoofdspeeltafel stond op de bovenste galerij. Hierachter kon de organist het hele orgel gebruiken. Op de onderste galerij kwam een kleine speeltafel met één klavier en pedaal, waarmee het Schwellwerk en het Schwellpedal te gebruiken waren. Het orgel was op 4 augustus 1883 gereed in de werkplaats. Franz Liszt heeft speciaal voor dit orgel een fantasie over ‘Nun danket alle Gott’ gecomponeerd. Daarna is het naar Riga verscheept. Hier werd het op 30 december 1883 in gebruik genomen tijdens een concert, waar 3400 luisteraars aanwezig waren.
  • Al in 1896 werd een grote wijziging uitgevoerd. Wegens de verbouwing van de ingang van de kerk moest de onderste galerij worden afgebroken. De bovenste galerij werd nu vergroot, en hierop kwam het gehele orgel te staan. Het zwelwerk en het pedaal in de zwelkast werden nu middels pneumatiek aangesloten. In 1907 plaatste men het zwelwerk met het bijbehorende pedaal bovenin het orgel. Om dit te realiseren werd ook de opstelling van het pedaal veranderd. De pedaaltorens werden hoger geplaatst. In de Tweede Wereldoorlog zijn kerk en orgel beschadigd geraakt.
  • Na de oorlog volgde een restauratie van het gebouw, dat echter niet meer als kerk in gebruik was. De firma Eule reviseerde het orgel in 1961-1962, plaatste het verdwenen pijpwerk nieuw bij, en zorgde ervoor dat het in elk geval te bespelen was. Het orgel bleef echter veel problemen geven, zodat een grondige restauratie noodzakelijk was. De firma Flentrop restaureerde het van 1980 tot 1983, waarbij de situatie van 1883 is hersteld. Begin 1984 was ook de intonatie klaar, en kon het grote orgel weer in volle glorie in gebruik worden genomen. De officiële ingebruikname vond plaats op 8 maart 1984 met een concert door Hans Steketee en vier Estlandse organisten.
  • In 2009 werden de kassen gerestaureerd. Deze zijn daarbij van nieuwe kleuren en bladgoud voorzien.

Dispositie:

Hauptwerk: Prinzipal 16′, Flauta Major 16′, Viola di Gamba 16′, Octave 8′, Gemshorn 8′, Hohlflöte 8′, Bourdon 8′, Quintatön 8′, Doppelflöte 8′, Viola di Gamba 8′, Dulcian 8′, Quinte 5 1/3′, Octave 4′, Gemshorn 4′, Hohlflöte 4′, Rohrflöte 4′, Gamba 4′, Terz 3 1/5′, Quinte 2 2/3′, Octave 2′, Superoctave 1′, Mixtur 6 fach, Scharf 4 fach, Sesquialter 2 fach, Cornett 5 fach, Contrafagott 16′, Tuba Mirabilis 8′, Trompette Harmonique 8′, Cor Anglais 8′, Euphon 8′, Clairon 4′, Cornetto 2′.
Positif: Geigenprinzipal 16′, Bourdon 16′, Prinzipal 8′, Fugara 8′, Spitzflöte 8′, Rohrflöte 8′, Concertflöte 8′, Lieblich Gedackt 8′, Viola di Alta 8′, Dolce 8′, Prinzipal 4′, Fugara 4′, Salicet 4′, Flauto Dolce 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Mixtur 4 fach, Sesquialter 2 fach, Cornett 5 fach, Aeolodicon 16′, Ophicleide 8′, Fagott Oboe 8′, Oboe 4′, Tremulant Oboe.
Schwellwerk: Salicional 16′, Lieblich Gedackt 16′, Geigenprinzipal 8′, Wienerflöte 8′, Gedackt 8′, Bourdon d’Echo 8′, Salicional 8′, Viola d’Amoure 8′, Harmonica 8′, Bifra 2 fach (8′ + 4′), Geigenprinzipal 4′, Spitzflöte 4′, Traversflöte 4′, Dolce 4′, Piccolo 2′, Mixtur 4 fach, Basson 8′, Clarinette 8′, Vox Humana 8′, Tremulant Vox Humana.
Echowerk: Quintatön 16′, Flötenprinzipal 8′, Bourdon 8′, Flöte d’Amour 8′, Melodica 8′, Aeoline 8′, Voix Céleste 8′, Unda Maris 8′, Viola Tremolo 8′, Flötenprinzipal 4′, Gedacktflöte 4′, Vox Angelica 4′, Salicet 2′, Piffaro 2 fach (8′ + 2′), Harmonia Aethera 3 fach, Trompete 8′, Phijsharmonica 8′.
Schwellpedal: Bourdon 16′, Violon 16′, Dolceflöte 8′, Violon 8′, Viola 4′, Flautino 2′, Serpent 16′, Bassethorn 8′.
Pedal: Prinzipalbaß 32′, Grand Bourdon 32′ – akoestisch, Octavbaß 16′, Violon 16′, Contra Violon 16′, Subbaß 16′, Flötenbaß 16′, Gedacktbaß 16′, Quintbaß 10 2/3′, Octavbaß 8′, Hohlflötenbaß 8′, Gedacktbaß 8′, Violoncello 8′, Terzbaß 6 2/5′, Octavbaß 4′, Hohlflötenbaß 4′, Octavbaß 2′, Mixtur 5 fach, Sesquialter 2 fach, Bombardon 32′, Posaune 16′, Trompete 8′, Cornetbaß 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Positif, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Echowerk, Hauptwerk – Alle manualen, Positif – Schwellwerk, Positif – Echowerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positif, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Echowerk, Pedal – Alle manualen.
Speelhulpen: Omni Copula, Vaste combinatiepedalen (pp – p – mf – f – ff – tutti) per manuaal, Kombinations-Prolongement, Crescendo an, Trompeten-Chor.

Manuaalomvang: C – f3
Pedaalomvang: C – d1