Bunschoten, Zuiderkerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2017

  • In 1844 bouwde Jacobus Ambrost een nieuw orgel in de Hervormde Kerk te Goor. In dit orgel plaatste Friedrich Willem Leichel in 1908 een nieuw binnenwerk, terwijl het oude binnenwerk werd opgeslagen. In de in 1913 gebouwde Zuiderkerk van Bunschoten maakte Leichel een nieuw mechanisch sleepladen-orgel waarbij het oude binnenwerk van Armbrost werd hergebruikt. Het instrument had twee klavieren en aangehangen pedaal.
  • In 1959 voerde Fonteyn & Gaal een restauratie uit. Hierbij werd tevens een zelfstandig pedaal met vijf stemmen gemaakt en nieuwe blaasbalgen. Het werk is uitgevoerd onder advies van de Orgel Adviescommissie van de GOV.
  • In de jaren 1983/1984 werd er een volledige restauratie door de gebroeders Reil uit Heerde uitgevoerd. Hierbij werd het nevenmanuaal als bovenwerk boven de oude kas geplaatst. De dispositie van Ambrost uit 1844 werd hersteld, terwijl het vrije pedaal uit 1959 behouden bleef. Het front is hierbij in stijl uitgebreid met een bovenwerk. Bij de werkzaamheden was Klaas Bolt als adviseur betrokken. Op 1 maart 1984 werd het herboren orgel weer in gebruik genomen waarbij Klaas Bolt het bespeelde.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – f3 Bourdon 16′ – 1844/1984, Prestant 16′ (discant) – 1984, Prestant 8′ – front 1984, rest 1844, Holpijp 8′, Octaaf 4′ – 17e eeuw/1844, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Sexquialter II sterk (discant) – 17e eeuw/1984, Mixtuur III-IV sterk (2′) (gedeeld) – 1844/1984, Trompet 8′ (gedeeld) – 1844.
Bovenwerk: C – f3 Holpijp 8′, Spitsfluit 8′ (discant) – 1884, Prestant 4′, Fluit Dolce 4′, Gemshoorn 2′ – 1844, Dulciaan 8′ – 1984, Tremulant.
Pedaal: C – d1 Subbas 16′ – 1984, Octaaf 8′ – 1959, Gedekt 8′ – 1984, Open Fluit 4′ – 1959, Bazuin 16′ – 1984.
Koppelingen: Pedaal – Hoofdwerk, Hoofdwerk – Bovenwerk.

Vulstem Samenstelling
Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) C: 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Sesquialter II sterk discant (Hoofdwerk) c’: 2 2/3′ – 1 3/5′.