Foto: Regerman, License: CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia)
- De Sankt Florinkirche in Vaduz (Wahlkreis Unterland) Liechtenstein, is gebouwd in neogotische stijl in de jaren 1869-1873 in opdracht van Fürst Johannes II van Liechtenstein. De architect was Friedrich von Schmidt. De firma Georg Friedrich Steinmeyer & Co. heeft de opdracht gekregen voor de bouw van het orgel. Als adviseur trok men Joseph Rheinberger aan die werkzaam was in München, maar geboren in Vaduz. De door Rheinberger ontworpen dispositie is bewaard gebleven, maar het is niet helemaal zeker dat dit ook de gerealiseerde dispositie is. Het orgel werd op 28 maart 1874 gewijd en daarna ingespeeld door Rheinberger. Het instrument werd in 1900 door Friedrich Goll gereviseerd. Daarbij is mogelijk de Flautino 2′ van het derde klavier vervangen door een Harmonika 4′. Plannen voor verdere wijzigingen en ombouw naar pneumatiek werden voorlopig niet uitgevoerd.
- Geadviseerd door Christian Held, organist van de kathedraal in Chur, en Stephan Koller, pater van het klooster in Einsiedeln, heeft de firma Kuhn het orgel in 1947 herbouwd. De werkzaamheden duurden van februari tot juli, en op 12 juli 1947 verzorgde Stephan Koller het heringebruiknameconcert. Op 13 juli 1947 gaf Christian Held het volgende concert.
- In het voorjaar van 1979 begon de firma Mathis met een nieuwe restauratie. Er werd niet veel gewijzigd. Op het eerste manuaal werd een nieuwe Mixtuur geplaatst en op het tweede manuaal een nieuwe Cymbel.
- Het orgel is in de jaren 2011-2013 door de firma Eule gerestaureerd en uitgebreid tot 48 stemmen. Het oorspronkelijke werk is grotendeels gereconstrueerd. Op 31 maart 2013, Eerste Paasdag, is het orgel weer feestelijk in gebruik genomen. De officiële inauguratie was op 6 april 2013 met een concert door Michael Radulescu.
- Het sleepladen-orgel heeft elektrische tractuur, 48 (42) stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Bourdon 16′, Prinzipal 8′, Tibia 8′, Viola di Gamba 8′ – 2013, Gedackt 8′, Quintfloete 5 1/3′ – 2013, Octave 4′, Gemshorn 4′, Quinte 2 2/3′ – 2013; Vorabzug aus Mixtur, Octave 2′, Mixtur 5 fach (2 2/3′) – 1979/2013, Trompete 8′ – 1947.
Positiv (C-g3): 56 toetsen Salicional 16′ – 2013; Transmission von Schwellwerk, Principalflöte 8′ – 2013, Lieblich Gedackt 8′, Aeoline 8′ – 2013, Fugara 4′ – 2013, Flöte 4′, Nazard 2 2/3′ – 2013; Vorabzug aus Cornett, Flageolett 2′, Cornett 3-5 fach (2 2/3′) – 2013, Fagott-Clarinette 8′ – 2013.
Schwellwerk (C-g3): 56 toetsen Salicional 16′ – 2013, Geigenprincipal 8′, Wienerflöte 8′, Dolce 8′, Salicional 8′ – 2013, Vox Coelestis 8′ (from c°) – 2013, Geigenoctave 4′ – 2013; Vorabzug aus Progressio, Viola 4′ – 2013, Floete Travers 4′ – 2013, Flautino 2′ – 2013, Progressio 3-4 fach (4′), Trompette Harmonique 8′ – 2013, Oboe 8′ – 2013, Physharmonika 8′ – 2013, Tremulant.
Begleitwerk (C-g3): 56 toetsen Rohrflöte 8′ – 2013, Canora 4′ – 2013.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Principalbass 16′, Violon 16′, Subbass 16′, Salicetbass 16′ – 2013; Transmission, Quintbass 10 2/3′ – 2013, Octavbass 8′, Violoncello 8′, Dolcebass 8′ – 2013; Transmission, Flötbass 4′, Posaune 16′.
Koppelingen: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Positiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positiv, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: 4 feste Kollektive (p – mf – f – ff), Walze, Setzer-Anlage.
