Aalsmeer, Oud Katholieke Kerk

Foto’s: © G. H. Bos & Wim Verburg

In de Oud-Katholieke Kerk te Aalsmeer stond al sinds ca. 1730 een orgel . Dit instrument werd in 1849 door Abraham Meere jr. uitgebreid met een tweede manuaal. Het is in 1861 overgeplaatst naar de nieuwgebouwde kerk. Drie jaar later leverde Hermanus Knipscheer een nieuw mechanisch sleeplade-orgel met één klavier en aangehangen pedaal. Het was een balustrade-orgel. Waarschijnlijk is er aan het instrument niets gewijzigd tot 1925. Omdat het orgel slecht functioneerde besloot men in dat jaar het door de firma Adema te laten vernieuwen. Joseph Adema bouwde het geheel om tot een orgel met pneumatische kegelladen, twee manualen en vrij pedaal. De Subbas 16′ werd vrijstaand achter het orgel geplaatst. De orgelkas werd uit de balustrade gehaald en op een verhoging op de galerij gezet. Op 20 juni 1926 werd het orgel tijdens een speciale eucharistieviering met J.F. Berkenhamer en G.P. Boer achter de klavieren, weer in gebruik genomen. Na de tweede wereldoorlog werd het orgel grondig onder handen genomen door J.C. Sanders, onder advies van Alex de Jong. De dispositie werd gewijzigd: een Quintadeen en een Ruispijp op manuaal I en een Roerfluit 4′ op manuaal II. De oude registers zijn ingenomen. Sanders plaatste de Subbas aan weerszijden van het oude front, zodat deze beter kon klinken. De tractuur werd geëlektrificeerd. Op 6 oktober 1950 is het orgel weer in gebruik genomen. Het instrument werd nu door pastoor E. Wijker bespeeld. Er is in 1965 ook nog aan het orgel gewerkt. Toen is Viola van manuaal II vervangen door een Quint 2 2/3′. Deze is uit de Ruispijp van Sanders gehaald, waarvan het twee voets koor als Octaaf 2′ op manuaal I gedisponeerd bleef.

Dispositie

Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Quint 3
Octaaf 2Koppels en speelhulpen:
I+II, I+II 16, II+II 16
P+I, P+II
Vaste combinaties
1 vrije combinatie
Zwelwerk: (C-g3)
Bourdon 8
Viola 8
Roerfluit 4Pedaal: (C-f1)
Subbas 16