Amsterdam, Nieuwe Kerk, Kleine Orgel

Foto’s: Willemijn Hissink © 2013

Het transeptorgel uit de Nieuwe Kerk dateert uit 1651, en het orgel is gebouwd door Jacobus van Hagerbeer, die het werk van zijn overleden halfbroer Germer Galtus van Hagerbeer had overgenomen. Mogelijk is de kas van ouder datum. Het orgel had één manuaal en aangehangen pedaal. In 1664 is het door Jacobus van Hagerbeer omgebouwd. Hij maakte een nieuwe lade. Mogelijk heeft het orgel voor die tijd ook een klein borstwerk gehad. Het kleine orgel wordt door de eeuwen door verschillende gerenommeerde bouwers onderhouden en gerepareerd, waaronder Duyschot, Schulze, Müller, Vool, Knipscheer en Bätz. In 1866 heeft Pieter Flaes nieuwe frontpijpen geplaatst. Vermoedelijk is toen het binnenwerk uit het orgel gehaald, maar dat kan ook in 1910 zijn gebeurd. In dat jaar is in elk geval de oude windvoorziening weggehaald. Wat over bleef was de oude kas met frontpijpen van Flaes, de windladen, de mechaniek en de klavieren. Sommige bronnen vermelden dat Maarschalkerweerd in 1912 nieuwe frontpijpen maakte, die in 1948 sprekend zijn gemaakt. Onder advies van mr. A. Bouman bouwde Flentrop in 1948 een nieuw binnenwerk. Er werd uitgegaan van een laat zestiende eeuws orgel (ca. 1570). Er was hierbij nog enig oud materiaal verloren gegaan, maar de mechaniek en de klavieren bleven bewaard. De dispositie werd niet gereconstrueerd. Het orgel werd in de jaren zestig gedemonteerd voor de kerkrestauratie. In 1989 is een reconstructie in de oorspronkelijke zeventiende eeuwse toestand voltooid. Veel veranderingen uit 1948 moesten worden hersteld, de windladen en de kas werden volledig gereviseerd en men restaureerde de mechaniek. Al het pijpwerk werd nieuw gemaakt volgens gereconstrueerde mensuurtabellen. De dispositie is uit Hess’ dispositiën overgenomen. De windvoorziening werd ook geheel opnieuw aangelegd. Op 6 juni 1989 volgde de officiële ingebruikname van het geheel gereconstrueerde orgel. Adviseurs bij de werkzaamheden waren Cor Edskes en Onno Wiersma. Bij de ingebruikname werd het orgel bespeeld door Gustav Leonhardt en Bernard Winsemius. Ook gaven zij op 7, 8 en 9 juni lunchconcerten.

Hoofdwerk:
Prestant 8
Holpijp 8
Octaef 4
Gemshoorn 2
Tertiaen 1 3/5
Quint 1 1/2
Quintfluyt 1 1/2
Superoctaef 1
Mixtuer IV-V
Scherp IV-VI
Sexquialter II D
Dulciaen 8
Pedaal:
aangehangen aan zijwerk
Zijwerk:
Prestant 8
Quintadena 8
Octaef 4
Fluyt 4
Quint 3
Tertiaen 1 3/5
Trompet 8 B/D
Tremulant

Koppelingen:
Pedaelkoppel-inschakelen aanhangen
Klavierkoppel – Gedeeld
Speelhulpen:
Afsluyting
Tremulant – opliggend