Het kleine orgel van de Oude Kerk in Amsterdam werd oorspronkelijk in 1658 door Johannes Wolfgang Schonat gebouwd. In later tijd is het binnenwerk uit de kas verwijderd door Friedrichs, die in 1823 een orgel bouwde voor de Zuiderkerk te Amsterdam. Hier heeft hij het Schonat-pijpwerk voor gebruikt. Nadat deze kerk werd gesloten, verhuisde het orgel naar Aalten, overigens zonder front. In 1977 werd in Aalten een reconstructie van het Friedrichs orgel uitgevoerd door Verschueren. Het oude Schonat-pijpwerk werd nu weer gebruikt voor de bouw van een orgel in het Groene Kerkje te Oegstgeest door Metzler.
In 1965 hebben Ahrend & Brunzema een nieuw binnenwerk gebouwd voor Amsterdam. De oude dispositie, zoals vermeld door Hess, was het uitgangspunt. Er is echter één stem aan toegevoegd: een Gemshoorn 2′ op het Hoofdwerk. Het orgel kreeg een evenredig zwevende temperatuur. Het werd op zaterdag 27 november 1965 in gebruik genomen waarbij een concert werd verzorgd door Gustav Leonhardt.
In 2002 is deze temperatuur echter door Flentrop gewijzigd in een 1/4 komma middentoonstemming . Op 29 juni 2002 is het instrument weer in gebruik genomen waarbij door Gustav Leonhardt en Matteo Imbruno een concert werd gegeven.
De toonhoogte is a’ = 440 Hz.
De dispositie van het Ahrend-orgel (1965, in oude kas)
Prestant 8
Holpijp 8
Quintadena 8
Octaaf 4
Quint 3
Super Octaaf 2
Gemshoorn 2
Mixtuur
Scherp
Trompet 8
Gedekt 8
Prestant 4
Octaaf 2
Dulciaan 8
Bourdon 16
Octaaf 8
Trompet 8
SPEELHULPEN:
Tremulant over het gehele werk
Pedaal – Hoofdwerk
Pedaal – Borstwerk


