Amsterdam, Westerkerk, Hoofdorgel

De dispositie van het Duyschot-orgel: (1686) / Vater 1727

Hoofdwerk:
Prestant 16
Octaaf 8
Quint-adeen (8)
Octaaf 4
Nasaet (3)
Superoctaaf 2
Mixtuur Linkerh.+ Regterh.
(IV-VII  1′)
Scharp Linkerh.+ Regterh
(IV-VII  1′)
Sesqui-alter (III-IV D)
Fagot (16)
Trompet 8

Rugpositief:
Prestant 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Octaaf 4
Open fluit 4
Octaaf 2
Sifflet 1
Mixtuur III-VIII  2′
Scharp III-VIII  1′
Scherp IV 1 3/5
Sesquialter II-III
Trompet (8)
Tramblant
Tremulant voor hele orgel

Bovenwerk:
Prestant 8
Baarpyp (8)
Quintadeen 8
Octaaf (4)
Holfluit 4
Quint (3)
Woudfluit 2
Ruispijp III-VI  2′
Tertiaan (II-III)
Dolceaan. (8)
Vox Humana 8
Tremblant

Pedaal:
Bordon (16)
Prestant 8
Roer-Quint (6)
Octaaf 4
Bazuin 16
Trompet 8
Trompet 4

Koppelingen:
Rugwerk-Hoofdwerk
Hoofdwerk-Rugwerk
Hoofdwerk-Bovenwerk
Pedaal-Rugwerk
Pedaal-Bovenwerk
Pedaal-Hoofdwerk

Afsluiter voor alle Klavieren