Arnhem, Grote of Sint Eusebiuskerk, Oude orgel

Foto van foto: Tjalling Roosjen © 2020

  • In de jaren 1766 en 1767 waren de problemen met het oude orgel in Arnhem steeds groter geworden. In 1769 werd besloten het instrument af te breken en een nieuw mechanisch sleepladen-orgel te laten bouwen. De Gebrüder Wagner hebben dit instrument in het najaar van 1770 voltooid. Het orgel was in een groenblauwe kleur geschilderd, afgezet met goud, en het had een uitbundig rococo-front. De drie manualen hadden zwarte onder- en witte boventoetsen. Het was een bijzonder fraai en goed gebouwd orgel. Op 29 september 1770 werd het gekeurd door Jacob Potholt, organist van de Oude Kerk in Amsterdam en Johannes Radeker, organist van de Grote Kerk te Haarlem.
  • In de negentiende eeuw was het onderhoud in handen van Abraham Meere (vanaf 1811), C.F.A. Naber (1835-1862) en Witte (rond 1867). Meere voerde in 1823 enkele herstelwerkzaamheden uit, terwijl Naber in 1859 een grotere herstelling uitvoerde. Hij verving hierbij meer dan 300 pijpen. Bij deze restauratie werd de kas ook opnieuw in een porceleinwitte glanskleur geschilderd en met goud afgezet. In 1867 inspecteerde Witte het orgel, en stelde herstellingen voor. Tussen 1872 en 1886 zijn ook steeds kleine reparaties uitgevoerd. Er is in die periode ook een pedaalkoppel gemaakt, die met een kniebuiging kon worden bediend. De laatste bouwer die in de negentiende eeuw aan het instrument werkte was E. Leichel, die in 1895 reparatiewerkzaamheden verrichtte.
  • Een grote restauratie heeft plaatsgevonden in 1908. Michaël Maarschalkerweerd had het orgel volledig gedemonteerd en heeft een aantal stemmen vervangen: op het Bovenwerk de Tertiaan door een Octaaf 2′, en de Kromhoorn door een Voix Celeste 8′, en op het Rugwerk de Vox Humana door een Clarinet 8′. De oude Majorbas 32′ van het pedaal is door Maarschalkerweerd vervangen door een 16′ gecombineerd met een nieuwe Quint 10 2/3′. Tenslotte plaatste Maarschalkerweerd het Bovenwerk in een zwelkast. Het was de enige ingreep in de oorspronkelijke dispositie. Maarschalkerweerd vernieuwde ook de manualen, en draaide de kleur van de toetsen om. Op 19 september 1944 is het orgel bij de Slag om Arnhem volledig verwoest. Eén registerschildje is in de puinhopen teruggevonden.
  • Na de herbouw van de kerk is het orgel van Strümphler uit de Hersteld Evangelisch Lutherse Kerk te Amsterdam in de kerk geplaatst.
Dispositie:
Hoofdwerk: Prestant 16′, Octaaf 8′, Bourdon 8′, Viola di Gamba 8′, Gemshoorn 8′, Quint 6′, Octaaf 4′, Koppelfluit 4′, Superoctaaf 2′, Mixtuur VI sterk, Cimbel III sterk, Fagot 16′, Trompet 8′.
Bovenwerk: Prestant 8′, Salicet 8′, Fluit Travers 8′, Gedekt 8′, Octaaf 4′, Fluit Douce 4′, Tertiaan II sterk, Carillon III sterk, Hobo 8′, Kromhoorn 8′, Vox Humana 8′.
Rugwerk: Quintadeen 16′, Prestant 8′, Holfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit d’Amour 4′, Woudfluit 2′, Flageolet 1′, Sexquialter II sterk, Mixtuur VI sterk, Dulciaan 16′, Vox Humana 8′.
Pedaal: Majorbas 32′ – Gedekt, Prestant 16′, Subbas 16′, Violon 16′, Fluit Travers 16′, Octaaf 8′, Octaaf 4′, Mixtuur IV sterk, Bazuin 16′, Trompet 8′, Clarinet 4′.
In 1908 vervangt Maarschalkerweerd de Majorbas door een Majorbas 16′ en een Quint 10 2/3′.