Arundel, Parish and Priory Church of Saint Nicholas

Foto: Chris Stafford © 2019

  • Het orgel met de prachtige gedecoreerde frontpijpen van de parochiekerk van Arundel (West Sussex) is oorspronkelijk gebouwd in 1817 en 1818. Het zou gebouwd zijn door Edward en George Puttock, twee gemeenteleden die ook actief waren als amateur orgelbouwers. In 1818 wordt echter melding gemaakt van de firma Gray & Son uit Londen. Mogelijk is het orgel door Gray geleverd en door Puttock geplaatst, of het is door Puttock gebouwd onder supervisie van Gray. De orgelkas is een werkstuk van Jonathan Ritson, eveneens een gemeentelid. Bij oplevering zou het orgel slechts twee manualen hebben gehad, Zeer waarschijnlijk is al een jaar na de oplevering een rugpositief geplaatst. Opnieuw is niet duidelijk wie dit werk heeft uitgevoerd, al wordt aangenomen dat het de firma Gray & Son is geweest. In 1865 is het orgel door Joseph Walker verbouwd. Walker maakte nieuwe ‘Duitse’ manualen en een nieuw pedaal met 29 toetsen. Verder werd het rugpositief verplaatst naar de achterzijde van het orgel.
  • In verband met ingrijpende verbouwingswerkzaamheden in de kerk, waarbij de scheidingsmuur tussen het koor en het schip werd verwijderd, moest het orgel in 1873 worden gedemonteerd. Het zou opnieuw worden opgebouwd in het noordelijke transept. De werkzaamheden werden uitgevoerd door de firma James Corps & Sons. Het betekende een grondige verbouwing, maar het resultaat was niet goed. Het orgel kon nauwelijks gebruikt worden. In 1878-1879 werkte de firma Hill & Sons aan het orgel. Zij plaatsten een nieuwe orgelkas en tevens werd het mechanische sleepladen-orgel uitgebreid. Op 6 september 1879 kon het weer in gebruik worden genomen. In 1948 is een elektrische windmotor geplaatst, maar verder bleef het orgel sinds 1879 zonder wijzigingen staan. Allerlei plannen voor vernieuwing of vervanging verdwenen weer in de ijskast.
  • In 1990 raakte het orgel zwaar beschadigd door waterschade als gevolg van een storm. Op advies van Nick Plumley werd besloten het orgel te laten restaureren door de firma Walker & Sons. De restauratie duurde van september tot december, zodat het orgel al met kerst 1991 weer gebruikt kon worden. Een officiële ingebruikname van het gerestaureerde orgel heeft plaatsgevonden op 30 mei 1992 met een concert door Roy Massey.

Dispositie:

Great Organ: C – g3 Double Diapason 16′, Open Diapason 8′, Stopt Diapason 8′, Principal 4′, Flute 4′, Fifteenth 2′, Mixture 3 ranks (17.19.22), Trumpet 8′.
Choir Organ: C – g3 Stopt Diapason 8′, Dulciana 8′ (TC), Principal 4′, Flute 4′, Flautina 2′, Tremulant.
Swell Organ: C – g3 Diapason Stopt 16′, Open Diapason 8′, Stopt Diapason 8′, Keraulophon 8′ (TC), Vox Angelica 8′ (TC), Principal 4′, Mixture 3 ranks (15.19.22), Oboe 8′, Cornopean 8′, Tremulant.
Pedal Organ: C – f1 Open Diapason 16′, Stopt Diapason 16′.
Couplers: Swell to Great, Great to Pedal, Swell to Pedal.
Accessories: 3 composition pedals to Great, 2 composition pedals to Swell.