Foto: Schmeissnerro, CC-BY-SA 4.0 (Wikimedia Commons)
Joseph Christoph Egedacher bouwde in 1682 een nieuw mechanisch sleeplade-orgel met één manuaal en aangehangen pedaal met twaalf tonen in de vlak bij Salzburg gelegen basiliek Maria Plain in Bergheim (Salzburg) Oostenrijk. De prachtige orgelkas is nog aanwezig, maar het binnenwerk is in de loop der jaren vrijwel geheel verloren gegaan. In 1742 moest het orgel worden omgebouwd om meer licht op het hoofdaltaar te laten vallen. Ludwig Mooser heeft het in 1850 omgebouwd en verwijderde 12 registers. Een vergroting met een tweede klavier en verbouwing tot een orgel met elektro-pneumatische tractuur door de firma Dreher & Flamm betekende het einde van de oude mechaniek.
In 1995 werd besloten een nieuw binnenwerk te laten maken door Georg Westenfelder, dat beter past bij de historische kas. Voor het Hauptwerk nam men de oude dispositie van Egedacher als uitgangspunt. Er waren nog pijpen van de Copel 8′ bewaard gebleven in het orgel. Op het Pedaal konden de Subbass en Oktavbass van Mooser opnieuw worden gebruikt. Het tweede manuaal is uitgerust met een Cornet decomposé. In 1996 is het mechanische sleepladen-orgel met 19 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal voltooid. De stemmingstemperatuur is Kirnberger III.
Dispositie:
HAUPTWERK (CD – d3) 50 TOETSEN: Principal 8′, Viola 8′, Copel 8′, Octave 4′, Flöte 4′, Quinte 3′, Superoctav 2′, Mixtur, Piffaro (from a).
NEBENWERK (CD – d3) 50 TOETSEN: Rohrcopel 8′, Flöte 4′, Nasat 3′, Kleine Flöte 2′, Terz 1 3/5′, Quinte 1 1/2′, Regal 8′.
PEDAL (CD – d1) 26 TOETSEN: Subbass 16′, Octavbass 8′, Posaune 8′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Nebenwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Nebenwerk.
SPEELHULPEN: Tremulant.
