Berlin, Evangelische Kirche “Zur Frohen Botschaft” (Karlshorst) – Amalienorgel

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2012

  • Peter Migendt heeft in 1756 een orgel voor prinses Anna Amalie von Preußen (1723-1787) gebouwd. Zij gebruikte het als huisorgel. Anna Amalia was leerlinge van Carl Philipp Emanuel Bach. Rond 1767 werd het orgel geplaatst in het nieuwe paleis Unter den Linden. Na de dood van Anna Amalia op 30 maart 1787 is het naar de Schloßkirche in Berlin-Buch overgeplaatst. In 1939 werd het orgel gekocht door de Mariengemeinde in Berlin, met het doel het als koororgel in de Nikolaikirche te plaatsen. Het werd door Alexander Schuke gedemonteerd en overgeplaatst naar de werkplaats in Potsdam voor een grondige restauratie. Hieraan heeft het orgel zijn voortbestaan te danken: de Schloßkirche is in 1943 verwoest, de Nikolaikirche volgde in 1945.
  • De firma Schuke hebben het instrument in de jaren 1956-1960 gerestaureerd en overgeplaatst naar Karlshorst. Het orgel werd op 19 juni 1960 in gebruik genomen in de Evangelischen Kirche “Zur Frohen Botschaft” in Berlijn-Karlshorst. Het is het op één na oudste nog bestaande orgel in Berlijn. Alleen het Italienische Orgel in de Universität der Kunste is nog ouder.
  • In 2009-2010 is het orgel door Kristian Wegscheider geheel gerestaureerd. Hierbij is de oorspronkelijke dispositie hersteld. Hiertoe werd de Trompete 8′ van het Hauptwerk door een Flöt Dus 8′ vervangen, de Vox Humana 8′ van het Oberwerk door een Salice 8′ (discant) en de Trompete 8′ van het Pedal door een Bass Flöt 8′. De restauratie kon eind 2010 worden afgesloten met een feestelijk orgelconcert dat gegeven werd op 10 december 2010.

Dispositie tot 2010:

Hauptwerk: (C;Cis-f3)
Bordun 16
Principal 8
Rohrflöte 8
Viol di Gam 8
Octave 4
Quinte 3
Octave 2
Mixtur 4f
Trompete 8
Oberwerk: (C;Cis-f3)
Gedackt 8
Quintadena 8
Principal 4
Gedackt 4
Nassat 3
Waldflöte 2
Sifflöte 1
Vox humana 8
Pedal: (C;Cis-d1)
Subbaß 16
Octavbaß 8
Octavbaß 4
Posaune 16
Trompete 8

Manualkoppel, Pedalkoppel
Tremulant

Huidige Dispositie:

Hauptwerk: C – f3
Bordun 16′ (gedeeld)
Principal 8′
Viola di Gamba 8′
Ror Flöt 8′, Flöt Dus 8′ – 2010
Octav 4′
Quinta 3′
Octav 2′
Mixtur 4 fach (1 1/3′)

Oberwerk:
Gedact 8′
Quintadena 8′
Salice 8′ (discant) – 2010
Principal 4′
Gedact 4′
Nassat 3′
Walt Flöt 2′
Sis Flöt 1′
Tremulant

Pedal: C – d1
Sub Bas 16′
Octave 8′
Bass Flöt 8′
Octav 4′
Posaune 16′

Koppelingen:
Hauptwerk – Oberwerk
Pedal – Hauptwerk

Speelhulpen:
3 Sperrventile