Berlin (Moabit), Dominikanerkloster Sankt Paulus, Hoofdorgel

Foto: Kalenderblad

De firma Gebrüder Oberlinger bouwde in 1975 een groot nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur en elektrische registertractuur voor de Sankt Pauluskirche in Berlin-Moabit. Adviseurs bij de bouw waren cantor-organist Rainer Hilkenbach en Prof. Rudolf Heinemann. De toonhoogte is a’ = 440 Hz. en de stemmingstemperatuur is evenredig zwevend.

Dispositie:

Hauptwerk: C – g3 Gemshorn 16′, Prästant 8′, Rohrflöte 4′, Octave 4′, Gedacktflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Blockflöte 2′, Mixtur 5-7 fach (2′), Klingend Cymbel 4 fach, Cornett 4 fach (4′), Fagott 16′, Trompete 8′, Clairon 4′.
Rückpositiv: C – g3 Holzgedackt 8′, Quintatön 8′, Principal 4′, Spitzflöte 4′, Octave 2′, Gemshorn 2′, Quinte 1 1/3′, Cymbel 4 fach (1′), Sesquialter 2 fach, Cromorne 8′.
Schwellwerk: C – g3 Pommer 16′, Holzprincipal 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Unda Maris 8′, Octave 4′, Koppelflöte 4′, Nasard 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Septime 1 1/7′, Sifflöte 1′, Fourniture 5 fach (1 1/3′), Dulcian 16′, Oboe 8′.
Pedal: C – f1 Principalbaß 16′, Subbaß 16′, Octavbaß 8′, Pommer 8′, Spitzoctave 4′, Nachthorn 2′, Pedalmixtur 6 fach (2 2/3′), Posaune 16′, Trompete 8′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Schwellwerk, Rückpositiv – Schwellwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv, Pedal – Schwellwerk.
Speelhulpen: Tremulant (instelbaar), 10 Setzerkombinationen, 2 vrij instelbare plenumcombinaties, 3 vrij instelbare pedaalcombinaties.