Bruck an der Leitha, Pfarrkirche zur Heiligen Dreifaltigkeit

Foto: © C.Stadler/Bwag; CC-BY-SA-4.0 (Wikimedia Commons)

Het hoofdwerk van het orgel in de parochiekerk van Bruck an der Leitha is gebouwd door Jakob Sippus en werd op 13 juni 1710 in gebruik genomen. In 1741 heeft Johann Hencke het instrument vergroot met een rugpositief. Op 11 maart 1741 was dit werk afgerond. In 1858 moesten noodzakelijke herstelwerkzaamheden worden uitgevoerd door Alois Hörbiger. Hij heeft de klaviatuur vernieuwd, het hoofdwerk uitgebreid met een Viola 8′ en tenslotte heeft hij de hoofdwerkkas meer naar achteren geplaatst. Hoewel de nieuwe klavieren van C tot c3 lopen is het kort octaaf op de lade aanwezig gebleven, zodat de tonen Cis, Dis, Fis en Gis via een koppelmechanisme klinken. In 1892 is door een onbekende orgelmaker een Salicional geplaatst. Josef Ullmann heeft in 1919 aan het orgel gewerkt. Hij vernieuwde de frontpijpen en de Viola uit 1858.

Dispositie:

HAUPTWERK: CDEFGA-c3 (MANUAAL WEL 49 TOETSEN Principal 8′ – 1919, Waldflöte 8′, Quintatön 8′, Viola 8′ – 1919, Salicional 8′ – 1892, Octav 4′, Spitzflöte 4′, Quint 3′, Superoctav 2′, Mixtur 4 fach (2′).
RÜCKPOSITIV: CDEFGA-c3 (MANUAAL WEL 49 TOETSEN Copula 8′, Principal 4′, Flöte 4′, Octav 2′, Mixtur 2 fach (1′) – één koor functioneert (1973).
PEDAL: CDEFGA-a (18 TOETSEN) Subbaß 16′, Bordunbaß 16′, Violonbaß 8′, Quintbaß 6′.