Brugge, Sint Salvatorkathedraal, Hoofdorgel

Foto’s: Dick Sanderman  ©  2003

De dispositie van het Klais-orgel: (1935, met pijpwerk van het Jacobus Van Eynde-orgel 1719)

Hoofdwerk: (C-g3) 
Gedekt 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Gamba 8
Oktaaf 4
Fluit 4
Nazard 2 2/3
Oktaaf 2
Nachthoorn 2
Sesquialter II
Vulwerk IV
Scherp III
Cornet V
Pommer 16
Trompet 8
Klaroen 4
II+I, II+II 16, II+III, II+III16
Reciet Expressief: (C-g3)
Roergedekt 8
Grote Fluit 8
Gamba 8
Zweving 8
Kwintadeen 8
Principaal 4
Dwarsfluit 4
Oktaaf 2
Echocornet III-V
Cimbel II
Dulciaan 16
Trompet 8
Hobo 8
III+III16
Pedaal: (C-f1)
Principaal 16
Gedekt 16
Zachtbas 16
Kwint 10 2/3
Oktaaf 8
Fluit 8
Oktaaf 4
Gedekt 4
Cimbel II
Ruispijp III-IV
Bazuin 16
Trompet 8
Schalmei 4P+I
P+II
P+III
   
Positief: (C-g3)
Holpijp 8
Prestant 4
Fluit 4
Oktaaf 2
Terts 1 3/5
Kleine Kwint 1 1/3
Stemmeke 1
Cimbel II
Vulwerk III
Kromhoorn 8
I+II
I+III
I+III16
Onderwerk: (C-g3)
Gedekt 8
Principaal 8
Oktaaf 4
Gemshoorn 4
Nazard 2 2/3
Woudfluit 2
Mixtuur III
Schalmei 8
Speelhulpen:
2 vrije combinaties
Vaste combinaties (p – f – tutti)
Tongwerken en vulstemmen af