Tekst: Jan van der Male
Foto’s: Wim van der Kooij © 2025
In 1688 schonk Györg Széchény, aartsbisschop van Esztergom, een éénmanualig orgel. Na een hevige brand in 1723 stortte een muur van de kerk in, waarbij het orgel totaal werd vernietigd. Al snel werd de kerk herbouwd, waarbij ook een nieuw orgel kwam. Een onbekende
orgelmaker bouwde in 1768 een nog groter orgel. Dit orgel werd in 1874 te koop aangeboden bij de restauratie van het kerkgebouw.
Vermoedelijk heeft orgelbouwer Antal Dangl uit Arad (Roemenië) het opgekocht.
Antal Dangl vervaardigde in 1893 een nieuw orgel, waarbij de gebeeldhouwde Neogotische orgelkas was gemaakt volgens het ontwerp van Frigyes Schulek, die ook van de gehele kerkrestauratie deed. Het orgel was een drieklaviers mechanisch instrument, maar bleek veel te klein voor de kerkruimte. Zo kreeg Rieger de opdracht tot bouw van een nieuw orgel. Het werd een laatromantisch orgel met 4 klavieren en 77 stemmen. Een gedeelte hiervan (namelijk de pijpen van manuaal IV) werden tegen het dak van de kerk geplaatst. In 1930 werd het orgel uitgebreid naar 85 registers.
Na de Tweede Wereldoorlog werden de noodzakelijkste gebreken verholpen, waarbij de intonatie en windvoorziening compleet werd veranderd. Hierna was er van het oorspronkelijke concept niet veel meer over! In 1979 werd al een Committee gevormd om een nieuw ‘symfonisch’ orgel te ontwerpen, voor zowel Barokke- als Romantische muziek. De herbouw duurde een jaar en werd uitgevoerd door Rieger.
In 1999 werd het o.a. 86ste register geplaatst: de Spaanse Trompet 8’.
De dispositie:
HAUPTWERK (C – a3) 58 TOETSEN: Praestant 16′, Principal 8′, Gemshorn 8′, Nachthorn 8′, Octave 4′, Rohrflöte 4′, Quinte 2 2/3′, Superoctave 2′, Cornett 3-5 fach, Mixtur 5 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Trompete 4′.
POSITIV (C – a3) 58 TOETSEN: Principal 8′, Bourdon 8′, Salicional 8′, Octave 4′, Gedackt 4′, Nasat 2 2/3′, Waldflöte 2′, Terz 1 3/5′, Scharff 5 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Tremulant.
SCHWELLWERK (C – a3) 58 TOETSEN: Bourdon 16′, Principal 8′, Bourdon à Cheminée 8′, Flûte Traversière 8′, Gambe 8′, Voix Céleste 8′ – dubbelkorig, Octave 4′, Flûte Octaviante 4′, Dulciane 4′, Quinte 2 2/3′, Octavin 2′, Flûte Conique 1′, Cornet 3-4 fach (2 2/3′), Mixtur 5 fach (2′), Cymbale 3 fach (1/5′), Basson 16′, Trompette Harmonique 8′, Hautbois 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′, Tremulant.
BRUSTWERK (C – a3) 58 TOETSEN: Gedackt 8′, Quintatön 8′, Spitzflöte 4′, Principal 2′, Quinte 1 1/3′, Octave 1′, Obertöne 3 fach (1 1/7′), Zimbel 3 fach (2/3′), Sordun 16′, Krummhorn 8′, Tremulant, Glocken.
BOMBARDE (C – a3) 58 TOETSEN: Bourdon 16′, Flûte Harmonique 8′, Quinte 5 1/3′, Praestant 4′, Tierce 3 1/5′, Septième 2 2/7′, Flûte 2′, Mixtur 6 fach (2 2/3′), Bombarde 16′, Tuba 8′.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Bourdon 32′, Principal 16′, Praestant 16′, Violon 16′, Subbass 16′, Bourdon 16′, Quinte 10 2/3′, Octave 8′, Flûte 8′, Bourdon 8′, Tierce 6 2/5′, Octave 4′, Flûte 4′, Nachthorn 2′, Locatio 5 fach (5 1/3′), Mixtur 4 fach (2 2/3′), Bombarde 32′, Posaune 16′, Basson 16′, Trompete 8′, Clairon 4′, Glocken.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Positiv, Hauptwerk – Positiv 4′, Hauptwerk – Schwellwerk, Hauptwerk – Schwellwerk 16′, Hauptwerk – Schwellwerk 4′, Hauptwerk – Brustwerk, Hauptwerk – Bombarde, Hauptwerk – Bombarde 4′, Positif – Schwellwerk, Positif – Brustwerk, Positif – Positif 4′, Schwellwerk – Brustwerk, Schwellwerk – Bombarde, Schwellwerk – Schwellwerk 16′, Schwellwerk – Schwellwerk 4′, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Positif, Pedal – Schwellwerk, Pedal – Brustwerk, Pedal – Bombarde, Pedal – Bombarde 4′.




