Foto: LP-hoes
Johann Patroklus Möller bouwde in 1747 een nieuw mechanisch sleepladen-orgel voor de Augustinijnenkerk in Böddeken. Dit instrument had twee manualen en vrij pedaal met 36 stemmen. In 1803 werd het klooster definitief gesloten, waarna de koning van Pruisen het instrument in 1804 geschonken heeft aan de Katholische Pfarrkirche Sankt Nikolaus van Büren (Nordrhein-Westfalen). In de loop van de tijd is het orgel verschillende keren omgebouwd en gewijzigd. Franz Breil heeft het instrument van 1953-1957 gerestaureerd volgens plannen van Rudolf Reuter. In 1993 is door Fischer & Krämer een laatste restauratie uitgevoerd. Circa de helft van het pijpwerk is nog van Möller. Het orgel heeft 43 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
Hauptwerk (C-g3): 56 toetsen Principal 16′, Principal 8′, Rohrflöte 8′, Quinta 5 1/3′, Octav 4′, Gemshorn 4′, Octav 2′, Sesquialtera 3 fach, Mixtur 5-6 fach, Zimbel 3 fach, Trompete 16′, Trompete 8′.
Rückpositiv (C-g3): 56 toetsen Principal 8′, Gedackt 8′, Octav 4′, Rohrflöte 4′, Waldflöte 2′, Sifflöte 1 1/3′, Sesquialtera 2 fach, Scharff 6 fach, Dulcian 16′, Schalmey 8′, Tremulant.
Brustwerk (C-g3): 56 toetsen Gedackt 8′, Principal 4′, Blockflöte 4′, Octav 2′, Terz 1 3/5′, Quinte 1 1/3′, Octav 1′, Zimbel 3 fach, Rankett 16′, Krummhorn 8′, Tremulant.
Pedal (C-f1): 30 toetsen Principal 16′, Subbaß 16′, Octav 8′, Gedackt 8′, Octav 4′, Nachthorn 2′, Mixtur 5 fach, Zimbel 3 fach, Posaune 16′, Trompete 8′, Trompete 4′.
Koppelingen: Hauptwerk – Rückpositiv, Hauptwerk – Brustwerk, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv.
