Delft, Immanuëlkerk

Foto’s: J.F. van der Brugge

De dispositie van het Leeflang-orgel: (1963)

Hoofdwerk:
Quintadeen 16’
Prestant 8”
Roerfluit 8’
Salicionaal 8’
Octaaf 4’
Baarpijp 4’
Spitsoctaaf 2’
Mixtuur 4-6 sterk
Hor. Trompet 8
Rugwerk:
Holpijp 8’
Quintadeen 8’
Prestant 4’
Speelfluit 4
Octaaf 2’
Nasard 11/3’
Scherp 4sterk
Sequialtera 2st
Dulciana 8
Tremulant
Borstwerk:
Spitsgedekt 8’
Quintadeen 4’
Roerfluit 4’
Prestant 2’
Sifflet 1’
Cymbel 3st
Treseptnon 3st
Regaal 8’
Tremulant
Pedaal:
Prestant 16’
Subbas 16’
Octaaf 8’
Gedekt 8’
Spitsoctaaf 4’
Ruispijp 4st
Bazuin 16’
Schalmei 4
Koppelingen:
RW aan HW
BW aan HW
Ped.aan HW
Ped. aan RW
Ped. aan BW
Tractuur: mechanisch
Temperatuur:
Evenr. Zwevend
Frontpijpwerk van pedaal: rood koper.