Den Haag, Duitse Kerk

Foto’s: Wim Verburg © (2002 en) 2005

In 1869, negen jaar na de bouw van de kerk, wordt aan de Amsterdamse orgelbouwer Pieter Flaes de opdracht gegeven een orgel te maken voor de Duits Evangelische Kerk in Den Haag. De kosten voor het orgel bedragen F5000,–. Volgens het met de hand geschreven contract zal de bouwer een zogenoemd achtvoets pijporgel leveren met de klaviatuur aan de zijkant.
Om het orgel van wind te voorzien wordt een horizontale opgaande blaasbalg met twee schepbalgen gemaakt die bediend kunnen worden door een balgentreder. Op zaterdagmiddag 4 juni 1870, de dag voor Pinksteren, wordt het nieuwe orgel in een inwijdingsdienst in gebruik genomen. Johann Christoffel Textor, organist van de Evangelisch Lutherse Kerk en tevens adviseur bij de bouw, bespeelt die middag het orgel.

Het orgel is solide gebouwd, want vele jaren vinden er uitsluitend stem- en onderhoudsbeurten plaats zonder grote of ingrijpende restauraties. In 1889 overlijdt Pieter Flaes en het onderhoudscontract voor het orgel wordt overgenomen door de eveneens Amsterdamse firma C.J. Jurjaansz. In 1894 vindt voor het eerst een uitgebreidere reparatie plaats waarover echter niet meer bekend is in de archieven dan dat er geld voor wordt ingezameld.
In 1913 wordt het orgel grondig gereinigd en gerestaureerd door de firma W.G. Venhoek, een orgelmaker uit Utrecht, die tevens het bladgoud aanbrengt op de labia van de frontpijpen. In 1929 wordt de bekende Duitse orgelbouwer, de firma Steinmeyer & Co. te Öttingen, met het onderhoud belast. Deze firma bouwde in die tijd het ’s werelds grootste kerkorgel in de Dom van Passau. Datzelfde jaar nog bouwt deze firma een elektrische windvoorziening voor het orgel, zodat er daarna geen orgeltrapper meer nodig is.

In de jaren 30 van de vorige eeuw haalt de firma Sanders uit Utrecht het pedaal uit de orgelkast en plaatst het achter het orgel op een pneumatische lade. In 1968 wordt het orgel gereviseerd door de firma Flentrop uit Zaandam, die het pedaal weer mechanisch maakt en terugplaatst in de orgelkast. Tevens wordt de elektrische windvoorziening verplaatst uit de toren naar achter het orgel. De koude lucht die uit de toren werd aangevoerd was namelijk de aanleiding tot ontstemmingen van het orgel. In 1984 vindt opnieuw een grote restauratie plaats door de firma Flentrop uit Zaandam. Bij de laatste restauratie is het orgel geheel gedemonteerd. De windladen zijn in de werkplaats van Flentrop gerestaureerd, evenals het regeerwerk. Het pijpwerk is in de kerk gerestaureerd en gedeeltelijk geherintoneerd met het doel om de klank terug te brengen zoals die was in 1870. Bij deze restauratie is het orgel uitgebreid met een Octaaf 2 op het bovenwerk. Tijdens de restauratie van de windlade is er ruimte gemaakt tussen de Open Fluit 4 en de Dulciaan 8. De registertrekker is in authentieke stijl bijgebouwd en het pijpwerk komt uit een in de 19e eeuw door Steenkuyl gebouwd orgel. Oorspronkelijk was het een Octaaf 4 en derhalve is het bovenste octaaf door Flentrop bijgemaakt. De mensuur van dit register is vrijwel identiek aan de mensuren zoals Pieter Flaes die toepaste.

Van 1999 tot 2001 is het gebouw van de Duitse Kerk geheel gerestaureerd en gerenoveerd, en ondanks dat het orgel geheel in plastic is ingepakt blijkt dat het orgel bijzonder sterk vervuild is geraakt terwijl ook een aantal frontpijpen zijn beschadigd. In juli 2002 is daarom door Flentrop het orgel geheel schoongemaakt (waarbij alle pijpen stuk voor stuk zijn gereinigd), de frontpijpen gerepareerd en het hele orgel opnieuw gestemd.

De huidige dispositie:

Hoofdwerk: (C-f3)
Bourdon 16
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 3
Octaaf 2
Mixtuur 4 sterk
Cornet 4 sterk
Trompet 8 B/D

Bovenwerk: (C-f3)
Prestant 8
Baarpyp 8
Salicionaal 8 *
Quintadeen 8
Octaaf 4
Open Fluit 4
Octaaf 2
Dulciaan 8
Tremulant

Pedaal: (C-d1)
Bourdon 16 (transm)
Prestant 8

Koppels:
HW-BW, P-HW

*:  C-H spreekt in Baarpyp