Foto’s: Lammert Kroes 2006
De oude kloosterkerk aan de Broederenstraat 18 in Deventer (Overijssel) werd in 1803 door de rooms-katholieke parochie in gebruik genomen. Het interieur werd in de jaren 1865-1868 gewijzigd in neogotische stijl. In 1868 bouwde Johannes Ibach & Sohn een nieuw mechanisch sleepladen-orgel met 2 manualen en een vrij pedaal. Het orgel is op 21 juni 1868 gewijd, waarbij het bespeeld werd door Johannes Gijsbertus Bastiaans, organist te Haarlem, en Friedrich Lux, orgenist te Mainz.
Een eerste wijziging vond plaats in 1928 door de firma Maarschalkerweerd & Zn. Op het tweede klavier werd de Fugara 4′ vervangen door een Voix Céleste, en de Fagot-Oboe 8′ moest plaatsmaken voor een nieuwe Hobo 8′. Verder is een pedaalkoppel naar het tweede manuaal aangelegd.
In 1955 werd het instrument gerestaureerd door Verschueren Orgelbouw onder advies van dr. P.J. de Bruyn met als opusnummer 332. Zij verbonden de beide orgelkassen en maakten een derde klavier (het positief). Ook vergrootten zij de dispositie met zeven stemmen. Het nieuwe instrument werd voorzien van elektro-pneumatische tractuur, maar de oude sleepladen bleven wel in gebruik. Op 17 april 1955 is het in gebruik genomen met een bespeling door Albert de Klerk.
In 1984 is het orgel door Verschueren gereinigd na een restauratie van de kerk. Adviseur bij de werkzaamheden was Hans van der Harst. Verschueren verving hierbij de Terts van het Positief door een Nasard 2 2/3′, en de Sesquialter van het Zwelwerk werd veranderd. De neogotische boog die beide kassen verbond werd niet teruggeplaatst.
In 2013-2014 heeft de firma Van Vulpen een restauratie uitgevoerd van het orgel, waarbij de oorspronkelijke situatie is gereconstrueerd. De uitbreidingen van 1955 werden verwijderd. Speeltafel en mechanieken zijn gereconstrueerd naar voorbeelden van Ibach uit dezelfde periode. Het orgel heeft 32 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
HOOFDWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Praestant 16′, Praestant 8′, Viola di Gamba 8′, Holpijp 8′ – C-H 1868, c-f3 2014, Fluit Major 8′ – 2014, Octaaf 4′, Holfluit 4′, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Cornet IV sterk (4′) (from g°), Mixtuur V sterk (2′), Fagot 16′, Trompet 8′.
BOVENWERK (C – f3) 54 TOETSEN: Bourdon 16′, Roerfluit 8′, Salicionaal 8′, Fernfluit 8′ – C-f gecombineerd met Roerfluit, Bassethoorn 8′, Fluit Travers 8′ – 2014; C-H gecombineerd met Salicionaal, Fugara 4′ – 2014, Fluit Douce 4′, Gemshoorn 4′, Flageolet 2′, Fagot & Oboe 8′ – 2014.
PEDAAL (C – d1) 27 TOETSEN: Praestant 16′, Subbas 16′, Octaafbas 8′, Violoncello 8′ – 2014, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trompet 8′, Clairon 4′.
KOPPELINGEN: Manuaalkoppel, Pedaalkoppel.
SPEELHULPEN: Calcantenklok, Ventiel.
Samenstelling van de vulstemmen:
| Vulstem: | Samenstelling: |
| Mixtuur V sterk (Hoofdwerk) | C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 4/5′ – 2/3′. c°: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′ – 1 1/3′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′ – 2′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 3 1/5′ – 2 2/3′. |
| Cornet IV sterk (Hoofdwerk) | g°: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′. |
Originele dispositie 1868-1955:
HOOFDMANUAAL: Prestant 16′, Prestant 8′, Holpijp 8′, Fluitmajor 8′, Viola di Gamba 8′, Octaaf 4′, Holfluit 4′, Quint 3′, Octaaf 2′, Cornet 5 st., Mixtuur 5 st., Fagot 16′, Trompet 8′.
BOVENMANUAAL: Salicionaal 8′, Bourdon 16′, Bassethorn 8′, Fluit traverse 8′, Roerfluit 8′, Fernfluit 8′, Gemshoorn 4′, Fugara 4′, Fluit douce 4′, Flageolet 2′, Fagot-Oboe 8′.
PEDAAL: Prestant 16′, Subbas 16′, Octaaf 8′, Violoncello 8′, Octaaf 4′, Bazuin 16′, Trompet 8′, Clairon 4′.
STOMME REGISTERS: Koppelingen.
Dispositie 1955-2014:
HOOFDWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Prestant 16′, Prestant 8′, Gamba 8′, Holpijp 8′, Octaaf 4′, Roerfluit 4′, Kwint 2 2/3′, Octaaf 2′, Sesquialter II sterk (1 1/3′) – 1955, Mixtuur V sterk (2′), Cornet IV sterk (4′) (vanaf g), Fagot 16′, Trompet 8′.
POSITIEF (C – g3) 56 TOETSEN: Roerfluit 8′, Prestant 4′, Dwarsfluit 4′, Octaaf 2′, Terts 1 3/5′, Scherp III-IV sterk (1′), Dulciaan 8′.
ZWELWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Bourdon 16′, Viool Prestant 8′ – 1955, Tolkaan 8′ – 1955, Fernfluit 8′, Roerfluit 8′, Zingend Prestant 4′ – 1955, Gemshoorn 4′, Flageolette 2′, Sesquialter II-III sterk (1 1/3′) – 1955, Mixtuur III-IV sterk (1 1/3′) – 1955, Hobo 8′, Tremolo.
PEDAAL (C – f1) 30 TOETSEN: Prestant 16′, Subbas 16′, Octaafbas 8′, Octaaf 4′, Mixtuur II-III sterk (2 2/3′) – 1955, Bazuin 16′, Trompet 8′, Klaroen 4′.
KOPPELINGEN: Hoofdwerk – Positief, Hoofdwerk – Zwelwerk, Positief – Zwelwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Positief, Pedaal – Zwelwerk, Pedaal – Zwelwerk 4′.
SPEELHULPEN: Automatisch pianopedaal, 6 Vaste combinaties (pp – p – mf – f – ff – tutti), 2 Vrije combinaties, 4 Deelbare combinaties, Tongwerken af (afzonderlijk).
Samenstelling van de Vulstemmen:
Mixtuur V sterk (Hoofdwerk): C: 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′ – 1/3′. c: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c’: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”’: 8′ – 5 1/3′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Sexquialter II sterk (Hoofdwerk): C: 1 1/3′ – 4/5′. c: 2 2/3′ – 1 3/5′.
Cornet IV sterk (Hoofdwerk): g: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Scherp III-IV sterk (Positief): C: 1′ – 2/3′ – 1/2′. Fis: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. fis: 2′ – 1 1/3′ – 1′. fis’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”’: 4′ – 2 2/3′ – 2′.
Sexquialter II-III sterk (Zwelwerk): C: 1 1/3′ – 4/5′. c: 2 2/3′ – 1 3/5′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Mixtuur III-IV sterk (Zwelwerk): C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′ – 1′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′
Mixtuur II-III sterk (Pedaal): C: 2 2/3′ – 2′. c: 4′ – 2 2/3′ – 2′.



