Foto’s: Sylvia van Ravenhorst © 2024
In 1837 heeft Aristide Cavaillé-Coll een van zijn eerste orgels (opus 6) gebouwd voor de Saint Sauveur in Dinan, (Côtes-d’Armor (22)), Frankrijk. Het instrument had twee manualen en pedaal met 24 stemmen. In 1903 is het orgel drastisch verbouwd en vernieuwd door Charles Mutin. Er waren nog negen stemmen over van het oude orgel na deze werkzaamheden. In 1966 is het orgel wederom drastisch omgebouwd door de firma Danion-Gonzalèz. Zij splitsten de orgelkas in twee delen, zodat het glas-in-loodraam zichtbaar werd. Ook werd de tractuur elektrisch gemaakt. Er zijn sinds die tijd nog zeven registers van Cavaillé-Coll in het orgel over gebleven. Het orgel heeft 34 stemmen, 3 manualen en een vrij pedaal.
Dispositie:
GRAND ORGUE (C-g3): 56 TOETSEN Bourdon 16′ – 1837, Montre 8′, Violoncelle 8′, Flûte 8′, Bourdon 8′ – 1837, Prestant 4′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′ – 1837, Cornet 5 rangs – 1837, Fourniture 4 rangs, Trompette 8′, Clairon 4′.
POSITIF (C-g3): 56 TOETSEN Principal 8′, Cor de Nuit 8′ – 1837, Salicet 4′ – 1837, Doublette 2′, Sesquialtera 2 rangs, Cromorne 8′.
RÉCIT EXPRESSIF (C-g3): 56 TOETSEN Quintaton 16′, Diapason 8′, Flûte Traversière 8′, Voix Céleste 8′, Principal 4′, Doublette 2′, Plein Jeu 4 rangs, Basson 16′, Trompette 8′, Hautbois 8′, Voix Humaine 8′ – 1837, Clairon 4′.
PÉDALE (C-f1): 30 TOETSEN Soubasse 16′, Flûte 16′, Bourdon 8′, Flûte 4′.

