Dingden, Katholische Pfarrkirche Sankt Pankratius

Foto’s: Willemijn Hissink © 2025

In 1974 heeft de firma Seifert Orgelbau een nieuw sleepladen-orgel met mechanische toetstractuur, elektrische registertractuur, 23 stemmen, 2 manualen en een vrij pedaal gebouwd voor de Sankt Pankratiuskirche te Dingden (Nordrhein-Westfalen) Duitsland. Het kwam op de plaats te staan van een klein pijporgel, dat na de bouw van de kerk in 1950 werd geleverd door de firma Breil. Dit ‘nood-orgel’ was aan de kerk geschonken door de toenmalige pastoor Wessing. Het nieuwe orgel werd op 20 oktober 1974 in gebruik genomen. Bij deze gelegenheid werd het instrument bespeeld door Wilhelm Leenen, domorganist te Minden. Het orgel werd in 2004 gereviseerd. Daarbij werden de Waldflöte 2′ van het Hauptwerk en de Oktävlein 2′ van het Rückpositiv omgewisseld. In 2007 is de Hintersatz 4 fach (2 2/3′) van het pedaal verkleind tot een Oktave 2′.

Dispositie:

HAUPTWERK (C – g3) 56 TOETSEN: Pommer 16′, Prinzipal 8′, Gedackt 8′, Oktave 4′, Spitzflöte 4′, Nasat 2 2/3′, Oktävlein 2′, Mixtur 4-5 fach (1 1/3′), Trompete 8′, Tremulant.
RÜCKPOSITIV (C – g3) 56 TOETSEN: Rohrflöte 8′, Praestant 4′, Kleingedackt 4′, Waldflöte 2′, Quinte 1 1/3′, Sesquialter 2 fach (2 2/3’+1 3/5′), Scharff 4 fach (1′), Krummhorn 8′, Tremulant.
PEDAL (C – f1) 30 TOETSEN: Subbass 16′, Prinzipal 8′, Flautbass 8′, Choralbass 4′, Oktave 2′, Posaune 16′.
KOPPELINGEN: Hauptwerk – Rückpositiv, Pedal – Hauptwerk, Pedal – Rückpositiv.