Dokkum, Grote- of Sint Martinuskerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2011

Het orgel in de hervormde kerk van Dokkum werd in 1688-1690 door Johannes Helman gebouwd. In 1770 voerde Hinsz een vrij omvangrijke reparatie uit. Lohman heeft in 1857 aan het orgel gewerkt, en plaatste mogelijk de Sexquialter op het rugwerk. Deze wordt door Knock niet genoemd, maar door Van ’t Kruijs wel. Het kan echter ook om een fout van Knock gaan. In 1890-1894 werd het binnenwerk vernieuwd door de firma Van Dam. Omdat de oude kassen te klein waren werd het pedaal naast de kas opgesteld, en het werd door een houten schot aan het oog onttrokken. Na de restauratie van de kerk werd dit schot verwijderd. De firma Flentrop herplaatste een deel van het Van Dam-orgel in de kassen. Men besloot om op termijn een nieuw instrument in de oude kas te laten bouwen. Het binnenwerk van Van Dam werd in 1979 opgebouwd in Nunspeet in een nieuwe kas van Hendriksen & Reitsma. De firma Flentrop bouwde in de oude kas in Dokkum een nieuw mechanisch sleepladen-orgel dat zoveel mogelijk overeen kwam met het oude concept van Helman. Hiervoor is onder meer de dispositieverzameling van Knock uit 1788 als leidraad gebruikt. Adviseurs bij de bouw waren Willem Hülsmann, Ad. Fahner en Herman S.J. Zandt. Op 20 oktober 1979 werd dit nieuwe orgel in gebruik genomen. In 1984 werd de ornamentiek van de orgelkas door R. van Wieren uit Dokkum gerestaureerd. In 1998 werd het orgel gereviseerd. De toonhoogte is toen een halve toon verlaagd.

Dispositie:

Hoofdwerk: (C-c3)
Praestant 8
Rhoerfluyt 8
Octaav 4
Speelfluyt 4
Quinta 3
Sup.Octaav 2
Mixtuur 4-6 st.
Cymbel 3 sterk
Trompet 8
Tramblant
Rugwerk: (C-c3)
Gedackt 8
Praestant 4
Fluyt-doux 4
Octaav 2
Flackfluyt 2
Scharp 4 sterk
Sexquialter 2 sterk 1 1/2
Touzijn 8
Pedaal: (C-c1)
Bourdon 16
Octaaf 8
Octaav 4
Mixtuur 5 sterk 3 vt
Trompet 8

Speelhulpen:
Tremulant

Koppelingen:
Hoofdwerk – Rugwerk,
Pedaal – Hoofdwerk