Dole, Église Collégiale Notre Dame

Foto’s: Tjalling Roosjen © 2011

Karl-Joseph Riepp bouwde in de jaren 1750-1754 een nieuw orgel voor de Notre-Dame te Dole. Hoewel het instrument in de achttiende en negentiende eeuw een aantal maal is vergroot en gewijzigd, bleef al het pijpwerk van Dole zonder fundamentele veranderingen aanwezig. Ook de klank is altijd ongewijzigd gebleven. Philippe Hartmann onderhield het orgel lange tijd. Hij stemde het weer in een ongelijkzwevende Kirnberger-temperatuur. De negentiende eeuwse toevoegingen zijn behouden gebleven.

Dispositie:

Grand Orgue: Montre 16′, Bourdon 16′, Montre 8′, Bourdon 8′, Bourdon 8′ (vanaf g°), Prestant 4′, Grosse Tierce 3 1/5′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Quarte 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 4 rangs (vanaf g°), Fourniture 5 rangs, Cymbale 3 rangs, Bombarde 16′, 1ère Trompette 8′, 2ème Trompette 8′, Clairon 4′.
Positif de Dos: Montre 8′, Bourdon 8′, Prestant 4′, Flûte 4′, Nasard 2 2/3′, Doublette 2′, Tierce 1 3/5′, Cornet 5 rangs (discant), Fourniture Cymbale 4 rangs, Trompette 8′, Cromorne 8′, Voix Humaine 8′, Clairon 4′.
Récit: Bourdon 16′ (G-f”), Montre 8′, Flûte 8′, Bourdon 8′, Flûte Forte 2 rangs (vanaf g°), Prestant 4′, Flûte 4′, Flûte 2′, Larigot 1 1/3′, Sifflet 1′, Cornet 4 rangs (vanaf g°), Cor Anglais 8′, Clarinette 8′, Hautbois 8′ (vanaf g°), Clairon 4′.
Er is één vrije plaats op de windlade.
Écho: Montre 8′, Bourdon 8′, Flûte 4′, Flûte 2′, Trompette 8′, Voix Humaine 8′, Hautbois 8′.
Pédale: Flûte 16′, Contrebasse 16′, Flûte 8′, Violoncelle 8′, Principal 4′, Gambe 2′, Bombarde 16′, Trompette 8′, Clairon 4′.
Couplers: Accouplement du Positif au Grand Orgue, Accouplement du Récit au Grand Orgue.