Het pedaalklavier
Pijpwerk van het pedaal. De bekers van de fagot 16 zijn verlengd om beter stemming te houden.
De grotere pijpen van het zwelwerk
Ook goed zichtbaar is de pneumatische traktuur. Kantsleep.
Pijpwerk van het zwelwerk – foto boven en foto onder
Pijpwerk van het Hoofdwerk; linksonder de trompet 8
De organist heeft een riant uitzicht op de kerk, maar niet op het podium…..
Dit ziet de organist niet!
Foto: Michiel van ’t Einde
Foto: Michiel van ’t Einde
Foto: Michiel van ’t Einde
Foto: Michiel van ’t Einde
Foto: Michiel van ’t Einde
Foto’s: Wim Verburg, 2001
De dispositie van het Flaes & Brünjes 1865/De Koff 1933 orgel:
Hoofdwerk: (C-g3)
Prestant 8
Roerfluit 8
Octaaf 4
Fluit 4
Quint 2 2/3
Octaaf 2
Mixtuur IV-VI
Cornet V
Trompet 8
Zwelwerk: (C-g3)
Vioolprestant 8
Holpijp 8
Quintadeen 8
Viola di Gamba 8
Voix Céleste 8
Prestant 4
Roerfluit 4
Nasard 2 2/3
Woudfluit 2
Cymbel 3 st.
Hobo 8
Tremulant
Pedaal: (C-f1)
Subbas 16
Octaafbas 8
Quintbas 5 1/3
Fluit 4
Fagot 16
Speelhulpen:
Vaste combinaties
2 vrije combinaties
generaal-crescendo
Post Views: 2.866