Dwingeloo, Gereformeerde Kerk

Foto’s: Michiel van ’t Einde © 2011

In 1981 werd een nieuw kerkgebouw voor de Gereformeerde Kerk in gebruik genomen. Het orgel uit de oude kerk, gebouwd door Proper in 1907, dat door H. Thijs uit Harenermolen in 1924 en 1929 was gerepareerd, is niet meeverhuisd. Het werd in 1991 vervangen door een nieuw instrument van Nijsse. De tussenliggende jaren is een elektronium gebruikt. Het nieuwe mechanische sleepladen-orgel kon worden gekocht dankzij een legaat. Op 5 juli 1991 is het instrument in gebruik genomen. De stemming is Kirnberger III. De winddruk is 74 mm en de toonhoogte is a’ = 440 Hz.

Dispositie:

Hoofdwerk: C – f3 Bourdon 16′ (vanaf c°), Prestant 8′ – discant dubbelkorig, Roerfluit 8′, Octaaf 4′, Fluit 4′, Quint 2 2/3′, Octaaf 2′, Cornet V sterk (discant), Mixtuur III-IV sterk, Trompet 8′.
Nevenwerk: C – f3 Holpijp 8′, Gamba 8′ – C-H uit Holpijp, Prestant 4′, Roerfluit 4′, Nasard 2 2/3′, Fluit 2′, Sesquialter II sterk (vanaf a).
Pedaal: C – f1 Subbas 16′, Open Fluit 8′, Fagot 16′.
Couplers: Hoofdwerk – Nevenwerk, Pedaal – Hoofdwerk, Pedaal – Nevenwerk.
Accessories: Tremulant.

Samenstelling van de vulstemmen:

Compund stop Composition
Mixtuur III-IV sterk (Hoofdwerk) C: 1 1/3′ – 1′ – 2/3′. c°: 2′ – 1 1/3′ – 1′. c’: 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′. c”: 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 1/3′.
Cornet V sterk discant (Hoofdwerk) c’: 8′ – 4′ – 2 2/3′ – 2′ – 1 3/5′.
Sesquialter II sterk vanaf a (Nevenwerk) a°: 2 2/3′ – 1 3/5′.